draadlozecommunicatie.jpg
achterkantdraadlozecommunicatie.jpg
denegendeweg.jpg
achterkantnegendeweg.jpg
dezinvanzielzijn.jpg
achterkantzinvanziel.jpg

2002 Interview Andreas Cuppen met Peter Gabriël Visser

 

Nou Peter, Een broeder op het pad. Een beetje als een metafoor in de zin van ieder is op weg en toch doet iedereen het op zijn eigen manier. Maar aangezien “Communicatie” toch een blad is rond bewustwording van de universele eenheid vraag ik jou welke bellen er bij jou gaan klinken als ik spreek van bewustwording rond de universele eenheid, wat speelt voor jou daarin mee?

 

Als je dit zo aan mij vraagt is het eerste wat bij me opkomt is de vraag: “Hoe is het mogelijk dat pakweg acht miljard mensen in de waan gehouden kunnen worden of zich zelf in de waan houden dat die eenheid er niet is?” Die waan is mijns inziens het geloven in het ontbreken van de eenheid. En uitgaan van verdeeldheid, van gescheidenheid, van ieder voor zich, al dan niet verenigd in elkaar bestrijdende groepjes. Dit stemt niet overeen met mijn beeld van de schepping. Met andere woorden: ”De nadruk ligt volgens mij geheel op het je bewust worden van die altijd bestaand hebbende universele eenheid”.

 

Dus het is al acht miljard min een?

 

Hopelijk zijn het er wat meer.

 

Ja. Hoe leeft voor jou dat weten?

 

Eigenlijk als volgt. Ik zie het als een lichaam. Ik zie de mensheid niet als een acht miljard mensen maar als een fenomeen met een bepaalde collectieve functie binnen de schepping. Net zoals er in een lichaam celeigen kwaliteiten zijn en dat diverse organen niet zonder elkaar kunnen. Zonder te vervallen in een rassenleer en alle mogelijke systemen waarbij de één dan toch weer zogenaamd wat beter is dan de ander. Nogmaals het meest vreemde in het hele gebeuren is dat die eenheid er is, alleen dat de mens ze niet ervaart en dat de mens dat eigenlijk over het algemeen heel griezelig vindt en het veel veiliger vindt om niet de eigen verantwoording te nemen en niet het samen te aanvaarden, maar het te zien als lekker veilig, ieder op zijn of haar of hun eiland, terwijl juist dat volgens mij een illusie is. Godsdienstige-, politieke- en economische systemen, huiskleur en land van herkomst wijzen voortdurend op de verschillen, terwijl alleen de overeenkomsten relevant zijn.

 

Is er voor jou nog een verschil als je praat over universele eenheid?

 

We zijn natuurlijk beperkt tot het gebied waarbinnen wij onze waarnemingen hebben. Dat gebied op zich is een onderdeel van de universele eenheid, heeft daar ook een hele duidelijke functie in en ik ervaar dat als een soort van speeltuin waar een hek omheen staat (uit veiligheidsoverwegingen). Niet dat we niet buiten het hek mogen maar omdat we eerst binnen het hek moeten leren, binnen onze driedimensionale wereld. Onze wereld is natuurlijk niet een op zichzelf staand fenomeen maar kent al zo veel, zo’n scala van mogelijkheden dat we daarbinnen eerst moeten leren er mee om te gaan alvorens we er een andere dimensie aan toe kunnen voegen. Ik denk, als je praat over het begrip universeel dat het grenzeloos is, onbeperkt. Het houdt niet op bij punt x of zo.

 

In dit leven voor jou. Kun je voor jezelf daar een bepaalde ontwikkelingslijn in zien of zijn er momenten in je leven geweest waarop dat opeens duidelijker werd of is het er altijd al geweest?

 

Voor mij geldt denk ik hetzelfde wat voor de hele mensheid geldt namelijk, dat we heel slecht leren van dingen die goed gaan. Dus moet het eerst fout gaan. Je moet eerst met je kop tegen de muur lopen, wil je ontdekken hoe hard die muur is. Ook al weet jij, wanneer je niet de beperkingen van je lichaam ondervindt je gewoon door die muur heen kunt wandelen. Toch loop je heel hard tegen die muur aan. Daar leer je dan van. In het leven krijgt ieder op maat gesneden ervaringen voorgeschoteld die niet beter of slechter zijn voor de één of de ander. De één heeft een wat hardere kop dan de ander, dus de muur moet dan wat harder terug galmen, maar uiteindelijk is het de bedoeling dat jij je gaat afvragen: ”Is dat nu de zin van mijn bestaan in deze wereld?” Bij de één is dat al heel vroeg en bij de ander duurt het wat langer.

 

Zou je dat een doorbraakervaring kunnen noemen?

 

Ja. Alleen als je zelf iets ervaart is het waardevol omdat er dan een wezenlijke verandering bij jezelf bewerkstelligd kan worden. En daarvoor is gewoon ervaring nodig! Helaas ervaringen die je vaak als negatief bestempelt en op die manier kom je er dan achter dat de wereld niet bestaat uit gezellige cafés en aardige mensen en alle zogenaamde fun, maar dat er gewoon meer achter steekt. Als je dan het geluk hebt om niet terecht te komen in een soort van verwijtsituatie, maar je af te vragen, waarom overkomt mij dit, dan krijg je de drang om te gaan zoeken, om te gaan kijken wat steekt hier nou achter. Zit hier een zin achter of is dit een stomme samenloop van omstandigheden. Is het een wiskundig berekenbaar fenomeen of is het iets waarvan ik kan zeggen ja dat heb ik aan mijn ouders, grootouders enz. te danken want die hebben dat verzuimd. Daar kan je natuurlijk heel veel kanten mee op. Er moest dus iets anders zijn, alleen wat? Dat andere geeft je nooit het houvast zoals dat in alle mogelijke boeken en theorieën gesuggereerd wordt. Want het enige houvast wat er dan overblijft ben jezelf. Je kunt jezelf dan buiten het geheel gaan plaatsen of jezelf gaan bekijken in het kader van verbeter de wereld en begin bij jezelf of misschien niet eens die wereld willen verbeteren maar alleen maar jezelf. Aan jezelf gaan werken, maar dan blijkt, wanneer bij jezelf dingen wezenlijk veranderen, verandert de wereld eromheen en dan kom je vanzelf tot de conclusie dat er een wisselwerking bestaat. Bij voorbeeld dat mooie verhaal van de optimist en de pessimist, met de halve fles wijn, voor de een is het helaas een halve en voor de ander gelukkig nog een halve. Dat is de zelfde fles wijn en zo verandert de wereld om je heen als je de wereld anders benadert. Als je de wereld angstig tegemoet treedt, wordt er door de wereld zo op je gereageerd. Het is dus eigenlijk, zoals ik dat heb ervaren, een gigantisch grote echoput. Alles wat je erin roept komt weer terug. Zo je doet, zo je ontmoet!

 

Maar vanaf dat moment dat je het gevoel had, is er iets anders, wat heeft je op die zoektocht geïnspireerd? Waardoor iets in jezelf tot ontwaken kwam?

 

Voor mij was dat destijds de confrontatie met het idee dat er volgens mijn ervaring niet zoiets bestond als eenheid, als samenzijn, als ware liefde. Ik werd in mijn situatie destijds geconfronteerd met pure eenzaamheid en het daarbij behorende gevoel van verdriet en verlaten zijn. Tegelijkertijd heb ik een heel sterk relativerend vermogen en niet het talent om bij de pakken neer te gaan zitten. Eenzaamheid is heerlijk, als het tenminste geen eeuwen duurt. Dus op het moment dat je je eenzaam voelt moet je het ook genieten en als jij je verdrietig voelt moet je dat ook genieten. Maar ook verdriet duurt geen jaren. Naarmate je dat beter over je laat komen is het ook korter. Kijk maar naar kinderen. Kinderen zijn intens verdrietig maar nooit een dag. Want vijf minuten later gaat het spel gewoon door en toch waren ze op dat moment intens verdrietig. Ik denk dat ik een beetje dat heb behouden, die manier om dingen intens te ervaren maar me niet daarin te verliezen. Wat je dan merkt is dat je op het moment dat je denkt: “niemand begrijpt me of ik ben alleen op de wereld” (waar zo’n mooi boek over geschreven is) mensen ontmoet waarmee jij van gedachten kunt wisselen. Het probleem is alleen dat jij je daar wel voor open moet stellen, want de ontmoeting gebeurt. Dus op het moment dat jij met bepaalde levensvragen zit kom je - en dat is mijn persoonlijke ervaring over lange jaren - die mensen tegen die je daarmee een stapje verder kunnen helpen. Dat is vrijblijvend, je moet op het moment dat die ontmoeting plaatsvindt zelf reageren, zelf zeg maar iets doen waardoor die ander ook voor jou iets kan betekenen. Die ander is er, die ander wordt door het signaal dat jij uitzendt op jouw weg gestuurd en of dat de ander is of een vereniging of wat dan ook, dat maakt niets uit. Het hoeft helemaal niet zo filosofisch te zijn, niet zo hoogdravend.

 

Dus de eenzaamheid was je grootste inspiratie?

 

Ja, eenzaamheid en de zekerheid (voor mij op dat moment), dat het niet mogelijk is met een mens een relatie aan te gaan, zoals wij gewend zijn relaties aan te gaan. En met een mens bedoel ik in mijn geval als man zijnde een vrouw. Ik had het gevoel ook, je begrijpt elkaar niet. Je kan doen wat je wilt, maar de een praat Chinees en de ander Frans en je denkt allebei dat je elkaar begrijpt en dat is het probleem, je denkt dat je elkaar begrijpt. Ik heb later gemerkt en geleerd dat je er niet vanuit moet gaan dat je elkaar begrijpt maar als je respect voor elkaar hebt, dan is het mogelijk om daarmee een modus te vinden dat je met elkaar kunt omgaan. Het zijn twee totaal andere wezens. De gevoelswereld, de manier van kijken, de manier van zaken beschrijven van een man en een vrouw, het woordgebruik, alles is totaal anders. Dat wordt onderschat, ook als je het wel beseft. Het aangaan van een relatie is zo’n gigantisch waagstuk. Er zijn zoveel dingen die de wereld ziet als gevaarlijk, zoals stunts, auto racen, vliegen en noem maar op, die stukken betrouwbaarder en veiliger zijn als het aangaan van een relatie, want je kunt dat overzien en het is iets wat je kunt leren, maar binnen een relatie heb je altijd nog die twee totaal verschillende werelden, die niet zomaar verschillend zijn natuurlijk, maar ze zijn wel verschillend. Je zal altijd blijven zitten met de verschillen, of je er op een gegeven moment mee verder kunt leven of roept, het bestaat niet. En voor mij was destijds de situatie van, het bestaat niet. Ik heb van alles geprobeerd maar een blijvende relatie met een vrouw bestaat niet.

 

Maar het bestaat nu wel?

 

Ja, het heeft altijd bestaan. Maar op dat moment was voor mij de situatie zo. Ik heb twintig jaar (tot m”n vijfendertigste)gewoon normaal gewerkt, geleefd, seks, drugs, rock-'n-roll . Gewoon op een normale manier mijn geld verdiend, getrouwd, en alles wat erbij hoort en op een gegeven moment merk je dat het misgaat. Ook al heb je daar dan een actieve rol in, toch is het niet leuk als het mis gaat. Dan gaat het weer mis en op een gegeven moment geloof je niet dat het nog goed kan gaan, dat bedoel ik, dat is dat moment. Dan heb je zoiets van, het bestaat gewoon niet. Want ik heb het zo geprobeerd, ik heb het zus geprobeerd en ik heb mijn best gedaan. Nu kan ik zeggen, het is gewoon flauwekul, maar toen was het geen flauwekul, toen was het gewoon bittere ernst en had ik zoiets van, het bestaat niet. Want als het bestond, was het wel gelukt.

 

Je hebt het over onderscheid, verscheidenheid en dan toch daar die eenheid in, die relatie in vinden?

 

Wat mij vanaf dat moment, mijn vijfendertigste zo ongeveer, toen ben ik me af gaan vragen, is dat het nu en wat steekt erachter en is er nog meer. Tot op dat moment was er voor mij alleen een wereld die ik kon zien, die ik kon bevatten, dat was de wereld zoals de westerse wetenschap beschrijft. Alles wat ze kunnen zien en kunnen meten dat bestaat, al het andere bestaat niet. Ik heb ervaren dat er veel meer is dan dat en daar zijn ook deze ideeën uit voortgekomen. Onze stoffelijke verschijningsvorm, zoals wij die kennen, daar klopt het dat het niet samen kan gaan. Dat wat in de stof gescheiden is, kan in de stof niet meer samen gevoegd worden maar op ander niveau zijn die mogelijkheden er wel en dat is dus veel wezenlijker, veel essentiëler, die andere niveaus. Die behoren ook tot onze wereld, die zijn ook onderdeel van de schepping en dat is uiteindelijk het gedeelte van de schepping waarin je wel tot eenheid kunt komen want natuurlijk zijn wij als mensheid vijf miljard individuen maar die zijn onderdeel van een groter geheel. De woorden groter, hoger en niveaus liggen heel gevoelig. Dat klinkt al gauw als, dat is beter en dat is belangrijker, maar dat is niet waar. Als je het beeld van Nebukadnezar neemt, dat had lemen voeten die oplossen in water en een gouden hoofd. Maar die lemen voeten zijn net zo wezenlijk als dat gouden hoofd en in die zin hoort het allemaal bij elkaar, mag het ene, het natuurlijke aspect zeker niet veronachtzaamd worden en het zogenaamd onstoffelijke, het spirituele aspect verheven. Ze zijn gelijkwaardig en van elkaar afhankelijk. Op het moment dat je niet meer de beschikking hebt over een stoflichaam dan kan je aan de loop der dingen ook geen verandering meer brengen. Dat is het voordeel van het hebben van een stoflichaam, maar tegelijkertijd ook het nadeel van die beperkingen van de stof. Voor mij geldt, dat in het gedeelte van de schepping wat een onlosmakelijk onderdeel is van waar wij in zitten, in dat gedeelte, zeg maar het onzichtbare deel van de schepping, daar bestaat de mogelijkheid van werkelijk één worden. Sterker nog daar is geen afgescheidenheid en naar mijn idee is het doel binnen de schepping dat dit ook doordringt tot in het niveau waar wij in zitten tot in het stoffelijk niveau, dat dit tot daar doordringt, dat er geen gescheidenheid is. Als je kijkt naar de diverse godsdiensten, dan zie je dat ze in essentie gelijk zijn en dat ze alleen maar ruzie maken over de interpretatie. Als je ziet wat de rede is waarom mensen op een gegeven moment oorlog voeren dan is het bijna altijd om geloofsredenen. Om die rede kun je namelijk mensen motiveren, maar als je dat een beetje doordenkt is het natuurlijk krankzinnig dat je een soort van hemel zou kunnen verwerven door je broeders en zusters om zeep te helpen of door ze het licht in de ogen niet te gunnen of wat dan ook. Ik denk dat het doel van de mens zoals wij die kennen binnen de schepping uiteindelijk is, het bewust worden en het integreren van die eenheid ofwel het ontbreken van die afgescheidenheid zelfs in de stof. Daarvoor zal de mensheid zich collectief moeten realiseren, dat er meer is dan alleen dat wat ze zien. Er zijn diverse kerken uitermate actief geweest om te trachten de mens wijs te maken dat er alleen maar dit is wat je nu ziet en eventueel een hemel na afloop of een hel, naar keuze.

 

Heb jij een bepaalde religie gehad in je opvoeding?

 

Eigenlijk niet. We waren christelijk, maar heel erg vrij, niet uit een vast patroon. Mijn beide ouders waren bij verschillende kerkgenootschappen aangesloten en het werd ons eigenlijk vrij gelaten om er zelf wat mee te doen. Ik heb niet echt een naar kerkelijk verleden. Er zijn me nooit dingen opgedrongen.

 

Zie je, heb je op dat pad ook meer inzicht gekregen van wat jouw aandeel kan zijn in datgene wat je net beschrijft?

 

Dan moet ik eerst iets toelichten. Destijds kwam ik in contact kwam met mensen die zich al langer bezig hielden met “esoterische” zaken en dan over dingen praatten die voor mij tot dan onbekend waren. Daar kwamen onderwerpen ter sprake die mij alleen gevoelsmatig aanspraken, maar waar ik verder niets mee kon doen en die ik als een soort spons dat in mij opnam. Op een gegeven moment ontstond de situatie dat ik overliep van ideeën waar ik zelf eigenlijk nog geen kant mee uit kon. Ik moest iets doen met dat wat ik in mij opgenomen had. Ik ben toen gaan tekenen. Dat waren een soort van tekeningen waarbij ikzelf het instrument was, een soort automatisch tekenen. Die tekeningen vond ik zelf heel intrigerend maar zeiden me niets en anderen legden mij dan weer de tekeningen uit die ik had gemaakt. Zo is eigenlijk een heel proces ontstaan aan de hand van die tekeningen en aan de hand van de driedimensionale modellen die ik later heb vervaardigd. Het idee van:” Die tekeningen zijn tweedimensionaal, ik kan me daar wel een derde dimensie bij voorstellen maar ik kon niet precies zien of het driedimensionaal ook zou kloppen. Het was voor mij eigenlijk een uitdaging of de ideeën die ik opgenomen had, of die ook minimaal in drie dimensies uit te voeren waren. Dat verschafte mij inzicht en kennis van een aantal kosmische wetmatigheden waardoor ik iets onbekends kon plaatsen, de functionaliteit ervan zien. Mijn tekeningen en modellen kregen voor mij de functie van kapstok waaraan ik van alles kon ophangen.

 

Kun je daar een voorbeeld van geven?

 

Een voorbeeld misschien is vanuit de muziek. Ik had als kind pianoles gehad en ik vond pianospelen wel leuk maar noten leren en zeker toonsoorten en dat soort zaken vond ik toch allemaal duister. Door de modellen die ik gemaakt had kon ik zien dat het niet zomaar een octaaf was die bestond uit zoveel stapjes en dat er niet zomaar een aantal toonsoorten waren maar dat dit mathematisch vastgelegd is en dat dit binnen de schepping in alles weer terugkomt. Met name dat herkennen ervan en het kunnen plaatsen, dat is voor mij echt een aha-erlebnis geweest, die eigenlijk nog steeds doorgaat. Alles past daarin zonder dat je het beperkt. Ik ben wars van elke vorm van, zo is het, want dat is een beperking. Een van de opdrachten van de mens is - in de bijbel kreeg Adam die opdracht - om alles een naam te geven. Het geven van een naam aan iets is een beperking. In het Hebreeuws is dat heel mooi, je schrijft de medeklinkers maar de klinkers niet. Tijdens het voorlezen verlevendig je eigenlijk dat wat je beperkt hebt binnen de medeklinkers. Je kunt in die modellen, in die driedimensionale vormen elke vorm van muzieksysteem, elke getallenleer, ook de taal, alles terug vinden. Het vereist alleen heel langdurig kijken en ik ben zeg maar l5 jaar bezig geweest met kijken. En l5 jaar ben ik bezig geweest met bouwen en uitproberen en dat heeft mij de volgende stap gegeven dat ik op een gegeven moment bemerkte - door dat ik me zo langdurig gericht heb bezig gehouden - dat er bepaalde aspecten voor mij duidelijk waren, waarvan ik dacht dat die voor een ander ook duidelijk waren. Je zou kunnen zeggen weer de zelfde confrontatie als toen ik vijfendertig was. Weer hetzelfde gevoel van onbegrip. Nu dacht ik; nou heb ik iets leuks en dat kan ik de wereld vertellen maar niemand wilde het weten.

 

Dus kwam de eenzaamheid weer om de hoek kijken?

 

Nee, want ik was inmiddels enigszins gelouterd. Dus de eenzaamheid die volgde niet maar wel een zoeken naar waarom is me dit duidelijk geworden. Ik kan wel verklaren hoe, maar waarom is mij specifiek dit duidelijk geworden en wat kan ik ermee of liever gezegd wat moet ik ermee. Iets wordt niet geopenbaard als het niet geopenbaard mag worden en het kan alleen zijn dat er dingen geopenbaard worden die op dat moment in de tijd nog niet uitgekristalliseerd mogen worden. Een goed voorbeeld daarvan is Nicolai Tesla, die middels zijn schouwen in de Akasha alle mogelijke apparaten heeft gebouwd die nu nog hun tijd vooruit zijn en dan praten we pakweg over 80 jaar geleden. Dat gevoel gaf het. Er is mij door langdurige gerichtheid iets duidelijk geworden en daar kun je positieve en negatieve dingen mee doen. Je kunt ook op zoek gaan naar, wat is de eventuele bijdrage aan je medemens en dan denk ik met medemens niet meteen aan de hele wereld maar gewoon het wereldje om me heen.

 

Even nog, je zei dat er sprake was van langdurige gerichtheid?

 

Ja.

 

Was dat een bewuste gerichtheid of was dat een proces wat zich zelf richting gaf?

 

Het was een gerichtheid als gevolg van fascinatie. Dus niet een bewuste gerichtheid. Een voorbeeld. Woorden worden vaak niet op de juiste wijze begrepen. Het woord universiteit is een heel mooi woord maar het dekt absoluut niet datgene wat er gebeurd in zo’n gebouw. Een universiteit zou eigenlijk een soort kerk moeten zijn of een tempel of wat dan ook, waar mensen die in bepaalde richting hun talenten willen ontwikkelen, meditatief zich richten op dat gebied waar die kennis van die talenten zich bevindt en niet een of ander boek van een oubollige voorganger bestuderen. Dan openbaart zich namelijk kennis, op die manier en dat is ook mijn eigen ervaring. Ik denk dat je dan ook niet het probleem zult krijgen dat mensen zich zelf te zwaar belasten of over het paard getild raken of wat dan ook maar dat ze op een heel natuurlijke wijze hun eigen gebied terugkrijgen wat ze verliezen in hun jeugd, met name hier in het westen, en op een natuurlijke wijze hun talenten een stapje verder kunnen ontplooien. Niet door het lezen van boeken maar gewoon door die fascinatie. Als je iemand zijn schedel opent dan blijkt daar dus echt niets in te zitten in de zin van woorden of beelden. Het enige wat onze hersenen doen is bewerken van gedachtes. Zoals ons maag darm stelsel op een geniale wijze in staat is om voedsel te bewerken en te zorgen dat het fysieke lichaam in stand blijft, zijn onze hersenen (als je een schedel open maakt of een buik open maakt ziet het er bijna hetzelfde uit, al die kronkels) niets anders dan een apparaat wat gedachten kan ontvangen (herinneren, downloaden, opnieuw naar binnen brengen) en bewerken (denken, herkauwen) met de bedoeling om e.e.a. te verbeteren. Maar als je de gedachte van een ander, een boek van een deskundige, moet gaan bestuderen om de mening van die ander te horen, terwijl dat eigenlijk al een onderdeel van jezelf is, alleen je bent je dat niet bewust, dan verspil je volgens mij tijd. Het boek dient slechts de juiste gerichtheid te bewerkstelligen, waardoor de afstemming van jouw hersenen op dat, voor jou ideale informatiegebied geoptimaliseerd wordt. Zuivere afstemming = genialiteit. Heel veel muziekstudenten, vooral degene die boven de middelmaat zijn uitgekomen, weten dat ze na afloop van het conservatorium jaren nodig hebben om hun eigen stijl weer te vinden.

 

Dus, de fascinatie is voor jou een heel belangrijk aspect van het spirituele ontwikkelingsproces?

 

Ja, want dan, als je gefascineerd bent, is meditatie niet nodig want de juiste gerichtheid is er. Voor mij is bijvoorbeeld bidden en mediteren volkomen identiek. Het is de mate van gerichtheid, die uiteindelijk overgaat in een zijns toestand.

 

Nog even het laatste van wat je zegt , fascinatie, bidden, mediteren, dat heeft allemaal met elkaar te maken?

 

Voor mij is bidden en mediteren hetzelfde. Je kunt ongetwijfeld heel oppervlakkig mediteren en heel diepgaand bidden. Fascinatie helpt erbij om die concentratie vast te houden, want ons systeem is er niet direct op gemaakt om geconcentreerd te blijven dus we moeten gefascineerd of gebiologeerd of wat dan ook zijn door iets, willen we geconcentreerd kunnen blijven. Als fascinatie alleen maar gericht is op mediteren ben je in een leegte bezig. Door de fascinatie ontstaat vanzelf de meditatieve diepgang.

 

Maar die fascinatie maakt je wel een rijker mens?

 

Ja, ik denk het wel dat ik aan die fascinatie - ik noem het maar even de wiskundige kant van de zaak, de geometrische kant van de zaak - veel inzichten te danken heb. Daarnaast heb ik ontdekt, door contact met mensen die echt verstand hadden van wiskunde (ik reken me zelf daar niet toe), die zeiden: “ja sorry waar jij het over hebt, begrijpen we niet. Dat is ons te ingewikkeld, jij bent ergens achter in het boek begonnen en ik ben achter in het boek geëindigd.” De enige conclusie die ik daaraan kon verbinden en nog steeds verbind is dat ik in mijn bagage - en of je dat nou ziet als reïncarnatie of erfelijke kwaliteiten of wat dan ook - kennelijk een stuk wiskundig talent heb zitten waar ik in dit leven op school nooit les in gehad heb. Ik ben in staat geweest dingen te berekenen die ik nooit geleerd heb te berekenen. Ik kan inzichten overdragen en uit leggen die ik nooit geleerd had. Ik heb op een gegeven moment gedacht nou moet ik toch ook eens weten wat is wiskunde. Ik ben met die dingen bezig en wat is nou eigenlijk wiskunde. Dus ik ben naar school gegaan, ik wilde wiskunde doen en het gevolg was dat ik toen het wat ruimtelijker werd de leraar vroeg of ik het wilde uit leggen. Ik kan het dus niet aan de hand van formules uitleggen, wel aan de hand van begrippen. Ik kan het dus laten zien, heel beeldend, heel dynamisch, maar niet met formules. Formules fascineren mij niet.

 

Daardoor heb je bepaalde talenten ontwikkeld op die weg die je gegaan bent?

 

Ja. er zijn daardoor bestaande gevoeligheden (talenten) gevoeliger geworden. Één daarvan is wat ik zelf noem de Merkaba story. Voor mij bestaat een onderscheid tussen - je hebt geestelijk en dat is niet stoffelijk en je hebt stoffelijk en dat is niet geestelijk - het stoffelijk gedeelte en het geestelijk gedeelte. Op één en dezelfde plaats en daar tussen in is als een soort van brandpunt “de ziel”. In mijn ogen het minst begrepen aspect. Ik zie de ziel als het brandpunt of omkeerpunt, zoals bij een foto het beeld zich omkeert in het brandpunt, tussen het geestelijke en het fysieke.

 

Zoiets als yin-yang. Je hebt enerzijds de uitersten maar in die uitersten zit het tegendeel?

 

Ja en nee. Waar het mij dus om gaat zijn niet die uitersten. Allereerst zijn die uitersten niet constant, ze zijn aan verandering onderhevig. Mij fascineert het brandpunt dat verschuift tussen die twee uitersten. Het brandpunt is bewustzijn, ons gewaarwordingspunt. Daarin ervaren wij, in dat brandpunt. Dat moet je dus heel ruimtelijk zien dus niet dat ene punt maar daar waar die twee werelden in elkaar overgaan, daar ervaren wij ons zelf.

 

En dan bedoel je als je over bewustzijn spreekt is dat bewust bewustzijn als waarneming?

 

Ja. Alle aspecten van bewustzijn zijn allemaal zielen-aspecten. Die vormen allemaal dat midden van die diabolo. Op allerlei niveaus vinden er verschuivingen plaats, maar dat brandpunt verschuift ook. Als het verschuift naar meer stoffelijk, dan krijg je hier de telelens en daar de groothoeklens of het schuift naar het meer geestelijk en dan is de illusie omgekeerd. Dat gewaarwordingspunt verschuift. Er blijft altijd een driedeling, waarbij je kunt zeggen het negatieve, het neutrale en het positieve (waarnemer, waarneming en waargenomene). Het zielenaspect is dat neutrale aspect, het brandpuntaspect. Het geestelijke aspect is waar in wezen alles vandaan komt, wat alles draagt en beïnvloedt en met talloze namen aangegeven wordt. In facetten van de joodse leer komt het naar voren als “de Merkabah.” Dat geestelijke aspect wordt daar gezien als het lichtkleed van de ziel, mooier nog, “de glans van de ziel”. De ziel, het bewustzijn is een eeuwigheidsprincipe en de ziel heeft een stoffelijk en een onstoffelijk aspect. Dus het stofkleed en het lichtkleed. Dat lichtkleed weet wat nodig is maar zal zich - en dat is door alle heilige boeken heen beschreven - nooit opdringen, is eigenlijk zelfs bereid - en dat komt mooi naar voren in de grote opera’s van Wagner - om zich te offeren, omdat zij de onvolkomenheid ziet van het stofgedeelte. Alle mogelijke waanideeën, illusies, waarmee je in deze wereld bezig gehouden wordt. Wanneer er in dat stofkleed iets onaangenaams zich uit, dan is het altijd het gevolg van een genegeerd signaal vanuit het lichtkleed.

 

Dus het is een gevolg van het negeren van een signaal?

 

Het gevolg van het negeren van een signaal. In de stof wordt er dan gekeken naar het gevolg - ik heb nu hier en daar last van - en dan wordt dat gevolg bestreden. Er wordt helemaal niet meer gekeken naar de oorzaak. Er zijn alle mogelijke praktijken en theorieën die trachten terug te gaan naar de oorzaken maar het zijn altijd oorzaken die gelegen zijn aan de stoffelijke zijde. Die er best wel kunnen zijn maar die op zich niet wezenlijk hoeven te zijn voor de optimale voortgang van dat stoflichaam. De enige die dat weet is dat lichtkleed. Die staat daar als engel, als wachter en heeft geen belang zoals wij belang kennen, is alleen maar liefde,. Die geeft aan, er zou nu dat en dat moeten gebeuren.

 

Dus onvoorwaardelijk, zoals je zei, zonder een belang?

 

Er geldt daar geen belang. Er geldt daar ook niet zoiets als tijd, 70 jaar beperking. Dat geen belang geldt in de zin van geschapen zijn naar beeld en gelijkenis. Dat houdt in, dat je dezelfde vrijheid hebt. De vrijheid van het vrijwillig bewust meebewegen met de impulsen van de schepping. Dat stofaspect moet die vrijheid hebben. Dat wil zeggen dat hier niet gezegd wordt, hé jan, zou je nou niet es een keer zo of hé piet is het misschien niet handiger om het zo, nee je mag het zelf weten. Het is een tip, net als je kunt luisteren naar de waarschuwingen op de radio er is daar en daar een file, er staat een file tussen Arnhem en Utrecht en dan rij je gewoon naar Utrecht, maar helaas dan sta je dus midden in de file. Je bent gewaarschuwd.

 

Maar die impuls vanuit dat lichtkleed die komt dus in dat focus van die ziel?

 

Ja. Die ziel vertaald dat en dat zijn voor het zielenaspect, voor het bewustzijn en voor het stofkleed duidelijke signalen, maar het zijn geen signalen van de brandweer die luid gierend de straat door komt. Het zijn gewoon duidelijke signalen en die worden genegeerd. Elke alcoholist weet dat hij moet stoppen met drinken. Omdat hij dat weet zal hij ook altijd zeggen dat die nauwelijks drinkt. Kernpunt van een verslaving is ontkenning - ik rook amper - ik drink amper - altijd de ontkenning. Het signaal komt er, men weet het, maar er moet ook iets gedaan worden.

 

Maar wat is er voor nodig om dat te weten? Je noemt ook de ziel het bewustzijnsveld maar een groot deel van het bewustzijnsveld is onbewust? Wat is er voor nodig om de impuls vanuit het lichtkleed tot een bewuste bewustwording te laten komen?

 

Stel nou, iemand heeft een bewustzijn van 10% en dat geldt voor de gemiddelde mens. d.w.z. alle informatie die op die mens afkomt, daarvan is ie zich 10% gewaar en de overige 90% heeft ie helemaal niet in de gaten. Dat is heel makkelijk aan te tonen met eenvoudige proefjes als fiets maar een rondje en wat heb je nu gezien. Nou is het niet relevant om iemand die 10% bewustzijn heeft te tillen naar 90% maar begin es met 12%, een stukje erbij, en daar zit de crux ten opzichte van andere benaderingen, het gaat erom wat is voor die persoon het stapje dat nodig is om een beetje verder te komen, want als je van 10 naar 20% gaat wordt je knettergek. Helemaal als je werkelijk bewust gaat worden. Het is niet zo’n probleem om van 90 naar 95% te gaan want das is procentueel veel minder dan van 10 naar 15% maar in de hele schepping ervaar ik twee spiralen, een bewuste en een onbewuste. Onbewust noemen we evolutie en bewust revolutie. Daar heb je bewust deel aan. Niet deel aan door bewust tegen maar door bewust mee te bewegen met de schepping. Als je last hebt van iets, dan is dat een heel subjectief gegeven, want dat waar één persoon last van heeft, hetzelfde heeft een ander totaal geen last van. Het is veel belangrijker, dat op een andere manier daarmee omgegaan wordt zodat die persoon niet die stap kan maken die hij wil maken want dat is altijd ik gericht, zo van ik wil de 100-meter in 8 seconden zwemmen of zoiets, maar de stap waar hij wat aan heeft en die stap weet hij niet, maar dat lichtkleed, die glans, die Merkabah die weet dat wel, en die geeft dat aan. Een stapje tegelijk of twee stapjes maar niet gelijk een hele straat. En dat is wat ik heb ervaren, heb uitgeprobeerd, heb mogen zien hoe dat in zijn werk gaat. Alleen vanaf dat moment was er voor mij het probleem wat doe ik ermee. Want ik kan wel leuk zien, van dit is goed voor jou, maar als de ander mij daar niet om vraagt, is het een kosmische onbeschoftheid om te zeggen, dat is goed voor jou. Dat is net zoiets als die bejaarde naar de overkant brengen voor een kwartje die helemaal niet over wil steken. Voor mij ontstond toen het probleem, wat moet ik ermee. Moet ik dit eigenlijk laten, misschien zelfs, zo van ik heb het gezien, zoals een panorama waarvan ik heb mogen genieten. En wees er tevreden mee of moet ik er ook werkelijk iets mee?

 

Heeft het voor jezelf in je eigen ontwikkeling dingen duidelijk gemaakt van wat jij nu nodig hebt?

 

Het heeft mij in ieder geval duidelijk gemaakt dat ik mijn leven een stuk eenvoudiger had kunnen laten lopen wanneer ik me er niet mee bemoeid had. Als ik me er niet mee bemoeid had, dan waren er een hele boel problemen, waar ik keurig netjes de signalen nu van weet - toen niet kon of wilde zien - niet nodig geweest om mij te brengen waar ik nu ben. Je zou kunnen zeggen, het ene is niet beter als het andere, maar binnen de kosmische economie zou het wat minder energie gekost hebben dan nu.

 

Kun je zeggen dat er toen sprake was van een soort stoffelijke vooringenomenheid?

 

Je zou kunnen zeggen er is geen sprake van vooringenomenheid maar van bezet zijn. Ik heb een garagebedrijf gehad, daar was ik dus mee bezig, dat wil zeggen, het hield mij dus bezet. Op een gegeven moment, dankzij de FIOD kreeg ik de tijd om me met andere dingen bezig te houden. als ik op dat moment het gevecht was aangegaan, had ik ongetwijfeld gewonnen, maar ik was niet toegekomen aan de dingen waaraan ik nu toegekomen ben.

 

Dus je hebt a.h.w. je ogen geopend voor de signalen vanuit het lichtkleed?

 

Ik heb misschien wat minder tegengestribbeld. Op het moment dat die garage mij ontnomen werd, stonden er voor mij al grote vraagtekens in het leven en daardoor kon ik het laten gaan. Was dit een paar jaar eerder gebeurd, dan was ik het gevecht aangegaan en dan was het leven heel anders gelopen. Het zijn hele kleine gebeurtenissen in het leven die essentiële gevolgen hebben voor de mens, voor het verdere verloop. Het zijn nooit spectaculaire zaken. Toen de FIOD over de vloer kwam, verklaarde mijn hele kennissenkring mij voor gek, dat ik niet ging procederen. Ik had alle recht, maar ik had er op een destijds voor mij onverklaarbare wijze vrede mee. Door niet bij de pakken neer te gaan zitten en open te staan voor dat wat zich voordeed heb ik tot op heden een leven dat zich kenmerkt door een eindeloze reeks fascinerende ervaringen, met als één van de hoogtepunten Merkabah mystiek.

 

Van het ene kleine stapje, kom je op het volgende kleine stapje. Wat je zegt, wat je zou kunnen betekenen voor een ander met je talent, hoe speelt dat?

 

Binnen de eigen kennissenkring heb ik kunnen uitproberen hoe dat werkt en dat is uitermate fascinerend. En op een gegeven moment dacht ik, dat is een talent , dat is mij om niet gegeven, dus dat moet ik ook om niet uitdelen. Dan kom je op het punt - wanneer je dat doet en dus eigenlijk de verantwoording bij je medemens laat, over hoe ze je daar eventueel wel of niet voor willen belonen - dat de eigen verantwoording kennelijk voor de mens een probleem is of onaangenaam. Dus je schiet je doel voorbij. Je denkt dan, ze mogen zelf bepalen, wat ze er al dan niet voor over hebben. Ik geef ze dan het advies zoals ik dat doorkrijg. Maar helaas dat werkt niet. Op grond daarvan heb ik toen gezegd:” Voor het advies reken ik niets, maar wel voor de tijd die ik ermee bezig ben.

 

Dus je hebt als ik het goed begrijp toegang tot het lichtkleed, de informatiebank van een ander?

 

Alleen op het moment dat ik me daarop richt. Het is niet zo dat ik voortdurend zit te kijken, dit is wel goed voor jou en dat zou je wel kunnen gebruiken enz. want dan zou ik natuurlijk als ik op straat loop in een drukke stad ook horendol worden. Mensen hebben in eerste instantie vaak een probleem en willen over dat probleem praten, maar dat probleem is niet het probleem. In 99 van de 100 gevallen is dat het probleem helemaal niet, alleen dat weten ze niet. Voor mij voldoet een stukje handgeschreven tekst van iemand zonder de persoon te kennen. Ik ben ook maar een mens. ik heb voor en tegens. Je vindt niet ieder even leuk en al dat soort dingen die vallen dan weg op het moment dat ik alleen maar handschrift voor mijn neus heb en me daarop concentreer. En dan komt vanzelf het advies van dit of dat. Dat kan zijn van let es op je houding tot een bepaald homeopathisch medicijn wat dan met een interval van zoveel minuten en dosering van zo en zoveel zo’n tijd ingenomen moet worden of ga es geel dragen. Het kan van alles zijn. Echt ook tot mijn eigen verbazing.

 

Het is niet zo dat je de informatie begrijpt?

 

Nee helemaal niet. Ik weet niet, ik hoef de persoon absoluut niet te kennen, ik hoef van de persoon niets te weten, het handschrift is voldoende, en de informatie hoef ik ook niet te begrijpen. Ik wil ook eigenlijk niet weten, sterker nog ik ga ervan uit, dat iemand die zegt: ”Ik deed dit vroeger, maar nu doe ik het niet meer” is er niet vrij van, want op het moment dat je dat zegt, weet je het nog. Dan weet je dat je het vroeger deed maar als er iets wezenlijks in je stelsel verandert is dan zal je omgeving zien dat je verandert bent, jij zelf niet. Dat is ook het holistische in mijn benadering. Wanneer zijn omgeving dat duidelijk maakt, kan het tot hem door dringen. Hele wonderlijke veranderingen heb ik zien bewerkstelligen. Het is geen diagnose, het is niet iets van, ik doe dat, ik ben alleen toevallig langdurig bezig geweest met mijn radioapparaat en ik ben in staat om op een hele fijne frequentie signalen te ontvangen, dat is het enige. En die signalen dan te vertalen in een tip. Maar die signalen komen van die persoon zelf af.

 

Wat is de plaats hiervan in je begeestering. Je noemde net zelf, het is een holistische benadering. Er van uit gaande dat ieder zijn eigen oplossingen op zak heeft, zou je hopen dat ieder steeds beter die signalen zelf zou kunnen gaan vertalen?

 

Ja. Uiteindelijk wel. Maar we zijn er om elkaar te helpen. Je hoeft niet per se je eigen signalen te ontvangen, zolang er maar contact is, zolang er maar communicatie is, waardoor je die signalen aangereikt krijgt. Het doel van de benadering die ik heb, is, dat mensen niet afhankelijk worden, dus niet afhankelijk van een of ander medicijn, niet afhankelijk van een of andere leer, niet afhankelijk van een of andere vorm van wat dan ook, want die afhankelijkheid die houdt je af van dat zelf luisteren naar dat eigen lichtkleed. Als ik bij kan dragen tot de eerste stapjes in die richting, dan denk ik, dat ik voldoe aan dat wat een meester in ware zin behoort te doen. Als Jezus in de bijbel zegt uw geloof heeft u behouden, dan verricht hij geen wonderen en geeft hij voortdurend aan, ik heb je alleen dat ene duwtje mogen geven, waardoor jij jezelf kon genezen. Zo zie ik dit ook. Dat ene duwtje en als dat ene duwtje niet voldoende is, geen probleem, dan nog een paar duwtjes, maar met als uiteindelijk doel dat die lamme en die blinde hun stokken wegwerpen en zelf gaat kijken. Want alleen op die manier kom je tot dat waar de mens in mijn ogen voor bedoeld is (in eerste instantie nog niet zo vreselijk bewust en later steeds bewuster), assistent in de schepping. Niet een of ander wezen dat op een afgelegen bolletje ergens in het verre van de ruimte een beetje rondklooit, nee, fundamenteel onderdeel van de schepping, bewust scheppend. Dat is denk ik het enige waar al die moeite voor genomen wordt. Om dat hele gebeuren steeds weer opnieuw in elkaar te sleutelen alleen voor ons plezier kan nooit de bedoeling zijn.

 

Dus het gaat daarom om steeds bewuster deelgenoot te zijn van die scheppende eenheid?

 

Ja. Zoals de mens middels de taal communiceert is altijd haarscherp langs elkaar heen kletsen. Normaal mijlen ver en als het erg goed gaat haarscherp langs elkaar heen. Met taal communiceren is gewoon onmogelijk, maar op zielenniveau kun je wel communiceren. En dat zie je bij jonge kinderen die nog non-verbaal communiceren, elkaar helemaal begrijpen in alles wat ze doen. Dat talent gaat helaas verloren door ik besef, opvoeding, onderwijs noem maar op. Om weer te kunnen communiceren moeten we weer worden als de kinderen. Om dus dat zielenaspect een andere waarde te geven, een andere impact dan dat het nu heeft, is het gewoon nodig dat er af en toe mensen zijn die daar een handje bij helpen. Er is een tijd geweest dat er een heel duidelijk verschil tussen de koning-priester kasten en het volk bestond. De koning-priester (blauw bloed) was door zijn geaardheid in staat kosmische energie te assimileren en te transformeren en deze over te dragen op het volk (zegenen). Dat onderscheid is er niet meer. In principe is nu elk mens in staat om dit zelfstandig te assimileren en dan weer over te dragen aan de lagere rijken van de schepping. De stranden liggen vol met mensen die proberen de zonne-energie te assimileren maar het moet op een ander niveau natuurlijk en niet alleen door lekker bruin te worden.