Davidster – Merkabah

Sterrenbeeld Ram, element Vuur

En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels! En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde! Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.

De davidster is de tweedimensionale versie van een dubbele Tetraëder of Merkabah. Ook een vlakke projectie van een kubus of Hexaëder resulteert als Hexagram in een davidster. Als davidster is het een, uit twee gelijkzijdige driehoeken opgebouwde zeshoek die ontstaat door een cirkel te omringen met zes gelijke cirkels. De davidster is de kern van de levensbloem waarin de 144 namen van God geschreven staan.
De Hexaëder omvat de Merkabah die acht hoekpunten heeft welke samen met de kern de negenvoud vormt die we onder andere kennen van de regenboog (zeven zichtbare en twee voor ons oog onzichtbare kleuren). Ons zonnestelsel kent naast de zon nog zes planeten plus een aantal manen. Daarnaast heeft ons zonnestelsel, onze kosmos een noord en zuidpool. De zes planeten vormen de basis voor de davidster structuur en het ontvangende vrouwelijke deel van onze kosmos.
Zon, noord en zuidpool vormen de mannelijke gevende bewustzijns-drie-éénheid, waarvan twee onzichtbaar zijn. Ook bij de Merkabah blijven twee brandpunten altijd onzichtbaar. Zeven zichtbare waarvan één zon en zes planeten.
Macrokosmos (galaxy), kosmos (zonnestelsel), microkosmos (mens), picokosmos (atoom) hebben allen dezelfde Davidster structuur . Zo boven, zo beneden!

Merkabah of lichtkleed van de microkosmos, verwijst naar de binaire polarisatie van alle dimensies binnen de schepping. Zo boven, zo beneden van universum tot atoom heeft alles uiteindelijk de Merkabah structuur van een dubbele Tetraëder.
Van het zegel van Metatron tot de levensbloem, van het Enneagram tot de Platonische veelvlakken, aan alles ligt de Merkabah ten grondslag.

Plato’s gelijkenis met de zon.

Zoals het oog van de mens zich verhoudt tegenover licht en dit tegenover de zon, zo verhoudt zich de ziel van de mens tegenover waarheid en dit tegenover God. Het oog ziet dankzij het licht. Het licht schenkt het oog de kracht om te zien. Hoe meer licht het oog ziet, hoe gelijkwaardiger het daaraan wordt. De zon is de oorzaak van het licht waardoor zien en gezien worden ontstaat. Waarheen het oog zich richt, neemt het dit licht waar en in zich op. De ziel verhoudt zich analoog. Wendt de ziel zich naar het licht der waarheid dan kan zij die herkennen. De waarheid schenkt de ziel haar kracht, haar inzicht. Wendt de ziel zich naar de duisternis, de leugen, dan verduistert zij zich en verliest haar kracht. Haar handelingen worden chaotisch en zinloos.

Zoals het licht de ogen het zicht schenkt en niet zelf de zon is, zo is de waarheid, wiens stralen kennis schenken, niet het hoogste zelf. De zon, die in zijn eigen licht gehuld is, kunnen wij met onze ogen niet rechtstreeks waarnemen. Ook God kunnen wij niet direct waarnemen, maar de stralen zijner waarheid kunnen we met de juiste gerichtheid onzer geopende ziel waarnemen. Zoals het oog door het licht met de zon verbonden is, zo staat de ziel door de waarheid in verbinding met het goede, het hoogste. De zon schenkt door zijn licht het oog zijn zicht. God schenkt door de waarheid de ziel inzicht en erkenning. De aardse wereld verhoudt zich tot de Goddelijke wereld als het aardse licht tot de waarheid en de zon tot God.
Maar de aardse wereld is in z’n geheel van de Goddelijke afhankelijk.
Voor Plato is de zon daarom een kind van het goede.
Onze zon is een product van de geestelijke zon.

De Vedische zesvoudige eigenschappen van éénheid!

“Antar Mauna” De zes stadia van antar mauna zijn:
1. Bewust worden van externe zintuiglijke waarnemingen.
2. Het bewust worden van spontane gedachten.
3. Het creëren en afstoten van gedachten.
4. Verfijnde bewustwording en verwijdering van spontane gedachten.
5. Het creëren van een toestand waarin er geen gedachten zijn.
6. Scherp bewustzijn van het gekozen persoonlijke psychische symbool van de yogi.

“Anumana” of “Pramana” Volgens de Hindoeïstische filosofie zijn er zes pramana:
1. Pratyaksha (waarneming) – het verwerven van kennis uit ervaring
2. Anumana (gevolgtrekking) Het verkrijgen van juiste kennis uit logische conclusie
3. Sabda (getuigenis) Het verkrijgen van authentieke kennis uit gesproken en geschreven woorden
4. Upamana (vergelijking) Leren door het observeren van gelijkenissen
5. Arthapatti (postulatie) Veronderstelling van feit ter ondersteuning van een reeds vaststaand feit
6. Anupalabdhi (niet-waarnemen) Niet-bestaan begrijpen door niet-waarnemen

“Astika” Hindoeïsme stromingen die het bestaan van een eeuwige God of het eeuwige Zelf accepteren.
1. Nyaya
2. Yoga
3. Vaisheshika
4. Samkhya
5. Mimamsa
6. Vedanta

“Bhakti” wordt verder onderverdeeld in meerdere soorten devotie, waaronder de volgende:
1. Sakaam bhakti – het aanbidden van God met de hoop op materieel of emotioneel gewin.
2. Nishkaam bhakti – het tegenovergestelde van sakaam, het is toewijding zonder zelfzuchtige motivatie.
3. Ragatmika bhakti – toewijding die niet beperkt wordt door gewoonten en rituelen.
4. Vaidhi bhakti – tegenovergestelde van ragatmika, wordt beperkt door de gewoonten van de maatschappij.
5. Vyabhicharini bhakti – het liefhebben van familie en bezittingen naast God.
6. Avyabhicharini bhakti – God de hele tijd liefhebben.

“Churna” is in wezen elke verbinding in poedervorm die voor ayurvedische geneeskunde wordt gebruikt.
1. Triphala – mengsel van drie vruchten; Amalaki, Haritaki en Bibhitaki om de immuniteit en spijsvertering te verbeteren.
2. Kayam Churna – een niet-traditioneel Ayurvedisch geneesmiddel voor constipatie.
3. Sitopaladi Churna – bevat suiker, Tabasheer, Piper longum, Elettaria cardamomum en Cinnamomum zeylanicum.
Wordt gebruikt om aandoeningen van de luchtwegen te behandelen.
4. Trikatu Churna – wordt gebruikt bij indigestie, dyspepsie, hoest en andere aandoeningen van de hals.
5. Drakshadi Churna – een mengsel van 23 verschillende kruiden samen met rozijnen en suiker.
Wordt gebruikt voor de behandeling van spijsverteringsklachten.
6. Sudarshana Churna – wordt gebruikt om koorts te behandelen en een tridoshisch evenwicht te bereiken.

“Darshana” of manieren om de wereld te bekijken, volgens de Hindoe-filosofie. Door fysieke en spirituele oefening zijn yogi’s toegewijd aan het creëren van een eenheid tussen geest, lichaam en geest.
1. Yoga Darshana
2. Samkhya Darshana
3. Nyaya Darshana
4. Vaisheshika Darshana
5. Mimamsa Darshana
6. Vedanta. Darshana

“Desa” is een Sanskriet woord dat “plaats”, “ruimte” of “land” betekent.
1. Desa-kala-patra – een Balinese levensleer over waar men leeft,
wanneer men leeft en de omstandigheden waarin men leeft.
2. Desa-kala-sambandha – relatie tussen ruimte en tijd.
3. Desatita – voorbij de ruimte, of ruimteloos.
4. Desapabandha – beperking van ruimte.
5. Desavadhi – een beperkt type van helderziendheid, of helderziendheid van ruimte.
6. Desavakasika – een Jaina gelofte die beperkt waar en wanneer zaken of andere activiteit wordt uitgevoerd.

“Guru principe of Guru Tattva” is een kosmisch principe dat de ontwikkeling van iemands innerlijke bewustzijn mogelijk maakt om van onwetendheid naar realiteit te gaan. Hoewel dit de vorm kan aannemen van een individu dat geleid wordt door een goeroe, kan het ook een pad zijn waar wijsheid en kennis in de loop van de tijd wordt overgedragen. Het goeroe principe is beschreven als een “leidend licht,” dat individuen aanzet tot het vinden van waarheid, wijsheid en, uiteindelijk, verlichting. Men gelooft dat een individu zes soorten goeroes ontmoet in het leven als hij/zij wijsheid vergaart:
1. Ouders – zij zijn de eerste leraren en beïnvloeders.
2. Vrienden en schoolgenoten – kinderen worden beïnvloed door de eigenschappen van de mensen om hen heen.
3. Leraren en professoren – zij helpen bij het verwerven van vaardigheden en kennis voor het leven.
4. Priesters of religieuze leraren – zij introduceren religieuze gewoonten en leringen van een cultuur.
5. Goeroe of spirituele meester – hij/zij onderwijst waarheid en wijsheid, en helpt bij Zelf-realisatie.
6. Innerlijke meester–als de verlichting eenmaal bereikt is, is een persoon in staat om zijn eigen goeroe te zijn en wijsheid aan anderen door te geven.

“Jivanmukti” toestand waarin men grenzeloze kennis bezit, vrij is van lijden, en eeuwige gelukzaligheid geniet.
De volgende eigenschappen zijn van hen die deze status hebben bereikt:
1. Doet anderen geen kwaad
2. Spreekt alleen de waarheid
3. Blijft kalm en antwoordt met warmte wanneer hij verbaal wordt aangevallen
4. Is vol warmte en mededogen voor anderen
5. Blijft nederig maar standvastig
6. Waardeert alleen zelfrealisatie

  1. “Yama’s” (ethische regels)
  2. Ahimsa (mindfulness in spreken, handelen en denken)
  3. Satya (waarachtigheid)
  4. Asteya (niet stelen)
  5. Brahmacharya (kuisheid)
  6. Aparigraha (niet-avarij)

“Mahavakyas” de “grote uitspraken” of korte, met waarheid gevulde uitspraken.
1. Isavasyam Idam Sarvam, betekent: alles in het gehele universum wordt door God wordt omhuld.
2. Prajnanam Brahma, betekent: “Brahman is intelligentie”.
3. Prajnatma, betekent “Ik ben het intelligente Zelf”
4. Tatvamasi, of “Dat ben je”
5. Ayamatma Brahma, of Aham Brahmasmi, “Mijn ware zelf is Brahman,” of “Ik ben Goddelijk.”
6. Pranosmi, betekent “Ik ben adem”

“Mehndi”, ook wel gespeld als mehendi, is de oude kunst van het versieren van de huid met henna pasta.
1. Naar boven gerichte driehoek – Shiva, of het mannelijke principe
2. Naar beneden gerichte driehoek – Shakti, of het vrouwelijke principe
3. Vierkant – beschutting, betrouwbaarheid en orde
4. Diamant – Verlichting
5. Cirkel – Perfectie, heelheid en het oneindige
6. Mandala’s – Vertegenwoordigen de lagen van de werkelijkheid

“Padartha” Een woord dat gebruikt wordt om objecten te beschrijven die gedacht en benoemd kunnen worden.
1. Dravya (substantie) – Dit omvat de negen realiteiten van aarde,
lucht, water, vuur, ether, ruimte, tijd, ziel/geest en geest.
2. Guna (kwaliteit of eigenschap) – Dit omvat verschijning, smaak, geur, gevoel, aantal, grootte of hoeveelheid, afgescheidenheid, samenvoeging, verdeeldheid, afstandelijkheid/superioriteit, nabijheid/inferioriteit, intelligentie/oordeel, geluk, ongeluk, verlangen, afkeer en inspanning.
3. Karma (actie) – Dit omvat beweging, activiteit of verricht werk.
4. Samanya (gemeenschappelijk) – Het geslacht, of het categoriseren van objecten door hun gelijkenissen.
5. Vishesha (specifiek) – Dit categoriseert objecten door hun specifieke verschillen, waarbij de uniciteit van een object binnen een klasse wordt opgemerkt.
6. Samavaya (inherent) – Deze categorie omvat dingen die onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn.

“Paramita’s” vrouwelijke godheid in het boeddhisme, en de vervolmaking ervan leidt tot het nirvana.
1. Prajna paramita (volmaaktheid van wijsheid)
2. Dana paramita(liefdadigheid of geven)
3. Sila paramita(moraal of ethiek)
4. Ksanti paramita(geduld of verdraagzaamheid)
5. Virya paramita(ijver of toewijding)
6. Dhyana paramita(meditatie of contemplatie)

“Pramana” Geldige bronnen van kennis:
1. Pratyaksha (waarneming) – Het verwerven van kennis uit ervaring
2. Anumana (gevolgtrekking) – Het verkrijgen van juiste kennis uit logische conclusie
3. Upamana (vergelijking) – Leren door analogie en het waarnemen van overeenkomsten
4. Arthapatti (postulatie) – veronderstelling van een feit om een reeds vaststaand feit te ondersteunen
5. Anupalabdhi (niet-waarnemen) – Niet-bestaan begrijpen door niet-waarnemen
6. Sabda (getuigenis) – Het verkrijgen van authentieke kennis uit gesproken en geschreven woorden

“Saiva” verwijst naar de tak van het Hindoeïsme die gewijd is aan de verering van Shiva als de opperste godheid.
De Saiva traditie heeft in de loop der eeuwen vele takken ontwikkeld, maar de zes belangrijkste zijn:
1. Saiva Siddhanta (Gorakhnatha Saivisme)
2. Siva Advaita
3. Pashupata Saivisme
4. Siddha Saivisme
5. Kashmir Saivisme
6. Vira Shaivisme

“Saranagati” is een Sanskriet woord dat over het algemeen vertaald wordt als “overgave”.
1. Anukulyasya sankalpa – Het aanvaarden van gedachten die gunstig zijn voor devotie
2. Pratikulyasya varjanam – Het verwerpen van gedachten die niet gunstig zijn voor devotie
3. Raksisyatiti visvasa – Het aannemen van een onwankelbaar vertrouwen in God als beschermer en gids
4. Goptrtve varanam – Een toevlucht zoeken in God
5. Atma-niksepa – Zich overgeven aan Gods genade en in dienst van God
6. Karpanya – Uiting geven aan hulpeloosheid en een nederige houding

“Shakti Bija” eenlettergrepige zaadmantra’s
1. Tam – Tara (barmhartigheid en mededogen)
2. Doel – Saraswati (wijsheid, kunst en muziek)
3. Shrim – Lakshmi (overvloed en rijkdom)
4. Hrim – Parvati (zuivering en transformatie)
5. Klim of krim – Kali (vernietiging van kwaad en obstakels)
6. Dum – Durga (bescherming)

“Shatkarmas” De zes yogische zuiveringstechnieken (kriya’s) zoals beschreven in de “Hatha Yoga Pradipika”.
1. Neti: een neusreinigingsproces bedoeld om de neusholten te zuiveren en de sinussen te baden. Het kan op twee manieren worden uitgevoerd: ofwel met behulp van een neti pot om de doorgangen met een zoutoplossing te reinigen, ofwel met behulp van een draad die door de neusgaten en uit de mond wordt geleid. Deze worden respectievelijk jala neti en sutra neti genoemd.
2. Dhauti: een reinigingsproces voor het spijsverteringskanaal, met inbegrip van de slokdarm, de mond, de maag, de darmen en het rectum. Er zijn 11 soorten dhauti om verschillende delen van de darm te reinigen. Een populaire manier is het doorslikken van een stuk stof om slijm, gal en onzuiverheden uit de slokdarm en maag te verwijderen.
3. Nauli: een reinigende praktijk voor de buik waarbij de buikspieren worden gebruikt om de spijsverteringsorganen te masseren en te stimuleren. De spieren van de buik worden naar voren gestuwd en dan samengetrokken in een golfachtige beweging die het “lichaamsvuur” verhoogt. Deze oefening kan veel oefening vergen om effectief uit te voeren, omdat het veel controle van de buik vereist.
4. Basti: een methode om de dikke darm te zuiveren, met of zonder water. Bij de methode met water, jala basti, zit de yogi in een teil met water en zuigt water op in het rectum door uddiyana bandha te beoefenen en de nauli kriya te gebruiken. Dan wordt het water uitgestoten.
5. Kapalabhati: een ademhalingstechniek die “glanzende schedel” betekent. Bij deze oefening wordt de adem krachtig uitgeademd door de neusgaten door de buikspieren sterk in te trekken, waarna de inademing op natuurlijke wijze gebeurt. Dit wordt 20 keer herhaald in een snelle, ritmische opeenvolging.
6. Trataka: ook wel de blinkless stare genoemd, is een techniek om de ogen te reinigen en de mentale focus te verbeteren. Eén methode bestaat uit het staren naar de vlam van een kaars. Men denkt dat dit de bloedcirculatie naar de ogen verhoogt en ze helpt te versterken.
“Shat-Sampat” deugden verkregen door dhyana (meditatie), puja (aanbidding), japa (meditatieve herhaling van een mantra) en bhajana (groepsrecitatie).
1. Shama, of gelijkmatig, gelijkmoedigheid, kalmte en gemoedsrust
2. Uparati, of afstand doen van datgene wat niet past in iemands dharma, of plicht
3. Dama, of het beheersen van de zintuigen
4. Titiksha, of doorzettingsvermogen
5. Shraddha, of volledig geloof en vertrouwen in het spirituele pad
6. Samadhana, of totale concentratie en focus

“Vedanga” Verwijst naar de zes disciplines die geassocieerd worden met het bestuderen van de Veda’s.
1. Shiksha – de studie van de fonologie, de fonetiek en de uitspraak. Deze richt zich op de letters van het Sanskriet alfabet, alsmede op de manier waarop woorden worden gecombineerd en uitgedrukt in een Vedische recitatie.
2. Chhandas – de studie van prosodie, waarbij gekeken wordt naar poëtische meter. Dit omvat het analyseren van het aantal lettergrepen per vers, en eventuele vaste patronen daarin.
3. Vyarkarana – de analyse van grammatica en linguïstiek, om de precieze manier vast te stellen waarop woorden en zinnen werden geconstrueerd om ideeën uit te drukken.
4. Nirukta – de studie van de etymologie, vooral met betrekking tot het verklaren van de betekenis van woorden die archaïsch zijn.
5. Kalpa – de focus op rituele instructies. Dit gebied kijkt naar procedures beschreven voor overgangsrituelen, bruiloften, geboorten en andere rituelen geassocieerd met levensgebeurtenissen. Het onderzoekt ook concepten van individuele plicht en juist gedrag.
6. Jyotisha – de studie van gunstige tijden, die voortbouwt op de Vedische praktijk van het gebruik van astrologie en astronomie om rituelen en tijdwaarneming te begeleiden.