Vier-éénheid – Elementen

De elementen aarde, lucht, water en vuur.

Sterrenbeeld Tweelingen, element Lucht

En God zeide: Dat de wateren van onder den hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! En het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeën; en God zag, dat het goed was. En God zeide: Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo. En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.

De vier elementen, aggregatietoestanden of gematerialiseerde bewustzijnstoestanden zijn sedert de oudheid bekend onder vele namen.
Naast aarde, water, lucht en vuur of Mattheus. Marcus, Lucas en Johannes of fysiek, etherisch, astraal en mentaal ook harten, klaver, schoppen en ruiten etc.
Het yin yang symbool is veruit het bekendste en duidelijk in het weergeven van deze dubbele polariteit ofwel de tegenstelling aarde en lucht naast water en vuur.
De vier elementen vormen ook het zogenaamde vierkant van bouw. Een term die meestal met vrijmetselarij geassocieerd wordt maar klaarblijkelijk veel universeler is. Dit vierkant vormt niet alleen het grondvlak van de piramide maar bovenal de basis van de kubus of Hexaëder. In de kubus zijn namelijk de dubbele Tetraëder of Merkabah en Octaëder verstopt, het binaire en hexadecimale polariteitsbeginsel. Onnoemlijk veel kunstwerken tonen de combinatie van triniteit en de vier elementen.

Drie-éénheid plus elementen.
De heilige drie-éénheid geest of bewustzijn, ziel of energie en lichaam of materie. Materie bestaat uit de vier elementen Lucas of aarde, Johannes of water, Mattheüs of lucht en Marcus of vuur.

Vier van onze zeven chakra’s staan in de volgende relatie tot de vier elementen:
1e Muladhara-chakra ook wortel-chakra of het element aarde.
2e Swadhisthana-chakra ook heiligbeen-chakra of het element water.
5e Vishuddha-chakra ook keel-chakra of het element lucht.
6e Ajna-chakra ook voorhoofds-chakra of het element vuur.

Water
Amset
Mens
Johannes
Engel
Raphael
Beriah
Astraal
Vloeibaar
Bekers
Harten
Melancholisch
Icosaëder
Swadhisthana
Heiligbeen-
Chakra

Vuur
Doeamoetef
Jakhals
Marcus
Leeuw
Michael
Aziluth
Mentaal
Plasma
Staven
Klaver
Cholerisch
Octaëder
Ajna
Voorhoofds-Chakra

Aarde
Hapy
Baviaan
Lucas
Stier
Uriël
Asyjah
Fysiek
Vast
Pentakels
Ruiten
Flegmatisch
Dodecaëder
Muladhara
Wortel-
Chakra

Lucht
Kebehsenoef
Havik
Mattheüs
Arend
Gabriël
Jezirah
Etherisch
Gasvormig
Zwaarden
Schoppen
Sanguinisch
Hexaëder
Vishuddha
Keel-
Chakra

De Vedische viervoudige eigenschappen van éénheid!

De vier staten van bewustzijn, waarvan de eerste drie avasthas zijn, omvatten:

  1. Jagrat – de waaktoestand waarin het bewustzijn naar buiten is gericht.
  2. Svapna – de droomtoestand waarin het bewustzijn naar binnen is gericht.
  3. Sushupti – de diepe slaaptoestand waarin het bewustzijn los van de geest door het universum zwerft.
  4. Turiya – de staat van transcendentaal, of zuiver, bewustzijn waarin de aandacht tegelijkertijd naar buiten en naar binnen is gericht.

“De Vier Pilaren” Elk van de Vier Pilaren speelt een andere, maar onderling verbonden rol in het welzijn:

  1. Voedsel – Vers bereid voedsel van lokale oorsprong wordt door Ayurveda aanbevolen. De leer waarschuwt ook tegen te veel eten. Voedsel zou één aspect moeten zijn van een meer holistische voeding voor het lichaam.
  2. Slaap – Ayurveda leert dat het essentieel is om ’s nachts de juiste hoeveelheid slaap van goede kwaliteit te krijgen. Overdag slapen wordt ontmoedigd, behalve bij zeer jonge of zieke mensen. Het wordt aanbevolen om een vaste tijd aan te houden waarop men naar bed gaat en wakker wordt, zodat het lichaam een gezonde routine heeft.
  3. Lichaamsbeweging – Dagelijkse lichaamsbeweging van matige intensiteit wordt aanbevolen door de Ayurvedische leer, vooral regelmatige wandelingen in de natuur.
  4. Emotioneel welzijn – Dit kan gecultiveerd worden door het vinden van persoonlijke voldoening in iemands werk, of door het waarderen van kunst, literatuur of natuur. Het kan ook ondersteund worden door meditatie, en kan verbonden worden met één van de andere pijlers van liefde in die zin dat verbondenheid met anderen het emotionele welzijn bevordert.

“De Vier Zuiveraars van de Natuur” en de krachten die zij vertegenwoordigen zijn:

  1. Lucht vertegenwoordigt beweging en een zuiverende kracht van kinetische energie.
  2. Vuur is de bron van alle energie, warmte en licht, en vertegenwoordigt de creatie van energie in het lichaam.
  3. Water is de voedster en beschermer van het lichaam en vertegenwoordigt de vloeibare materie.
  4. Aarde vertegenwoordigt de vorm van het lichaam, alle vaste materie en de schepping zelf.

De vier symptomen van de obstakels die het pad naar verlichting blokkeren:

  1. Shvasa Prashvasa (ongelijkmatige ademhaling of onvastheid)
  2. Duhkha (droefheid/pijn)
  3. Daurmanasya (depressie)
  4. Angamedzhavatva (fysieke zwakte/tremor)

De Sutra’s noemen negen belangrijke obstakels:

  1. Viyadhi (lichamelijke of geestelijke ziekte)
  2. Siana (gebrek aan discipline)
  3. Sanshaya (twijfel)
  4. Pramada (onverschilligheid/onvoorzichtigheid)
  5. Alassane (luiheid/apathie)
  6. Avirati (gehechtheid aan pleziertjes/gebrek aan controle of zelfbeheersing)
  7. Brantidarshan (begoocheling)
  8. Alabdha-bhumikatya (gebrek aan vooruitgang)
  9. Anavastitatva (onvastheid/mentale instabiliteit)

“Adem” De volledige ademcyclus omvat vier afzonderlijke, maar even belangrijke elementen:

  1. Puraka (inademing) – Het gestaag aanzuigen van lucht; het vullen van de longen
    en het creëren van een bewustzijn van de vitale kracht die het lichaam binnenkomt.
  2. Abhyantara Kumbhaka (pauze na de inademing) – De opzettelijke stopzetting van de inademing;
    een volledige pauze met het lichaam onbeweeglijk.
  3. Rechaka (de uitademing) – Het loslaten van de adem in een gestage, bewuste beweging.
    De longen keren terug naar een ontspannen toestand.
  4. Bahya Kumbhaka (pauze na de uitademing) – Een staat van kalm bewustzijn voorafgaand aan
    de volgende inademing. Een moment van stille reflectie; een huidige staat van zijn.

Angamejayatva beven, zwakte, en gebrek aan controle over het lichaam
Shvasa prashvasa ongelijkmatige ademhaling of onvastheid
Duhkha pijn, lijden, stress en droefheid
Daurmanasya wanhoop en depressie

“Antahkarana” (ware hart van de mens) Volgens de Vedanta literatuur bestaat antahkarana uit vier delen:

  1. Manas (geest) het lagere, rationele deel van de geest dat in verbinding staat met de buitenwereld
  2. Chitta (geheugen) bewustzijn waar indrukken, herinneringen en ervaringen worden opgeslagen
  3. Buddhi (intellect) – het besluitvormende deel van de geest
  4. Ahamkara (ego) – de gehechtheid of identificatie van het ego, ook bekend als “ik-ben-heid”.

“Anupalabdhi” Binnen het concept van anupalabdhi zouden er vier soorten perceptie zijn:

  1. Karana-anupalabdhi, dat is niet-waarneming van de oorzakelijke toestand.
  2. Vyapaka-anupalabdhi, dat is non-perceptie van de pervader.
  3. Svabhava-anupalabdhi, dat is non-perceptie van de aanwezigheid van zichzelf.
  4. Viruddha-anupalabdhi, dat is non-perceptie van het tegengestelde.

“Arupa Jhana’s” De vier opeenvolgende arupa jhana’s, die alleen in deze volgorde bereikt kunnen worden, zijn:

  1. Akasanancayatana jhana – meditatieve staat waarin de geest de oneindigheid van de ruimte overweegt.
  2. Vinnanancayatana jhana – meditatieve staat waarin de geest verzonken is in het besef dat bewustzijn oneindig is.
  3. Akincannayatana jhana – een meditatieve staat waarin de geest het idee overweegt dat er niets is.
  4. Nevasannanasannayatana jhana – een meditatieve staat van noch waarneming noch niet-waarneming.

“Arupadhatu” is een Sanskriet woord dat “vormloze ruimte” betekent. De arupadhatu bestaat uit vier sub-realmen, die geassocieerd worden met vier niveaus van meditatie op de niet-materiële wereld:

  1. Akasanancayatana jhana – meditatie op oneindige ruimte
  2. Vinnanancayatana jhana – meditatie op oneindig bewustzijn
  3. Akincannayatana jhana – meditatie op oneindige nietsheid
  4. Nevasannanasannayatana jhana – meditatieve staat van noch waarneming noch niet-waarneming

“Ashram Dharma” is de term die het Hindoe-concept van plicht beschrijft zoals het betrekking heeft op elk van de vier stadia van het leven. Traditioneel zijn de vier stadia van het Hindoe leven:

  1. Brahmacharya, de celibataire vrijgezel-student oefent om zich te concentreren op onderwijs.
  2. Grihastha, het gezinsstadium wanneer de yogi familiale en sociale verplichtingen moet vervullen.
  3. Vanaprastha, kinderen verlaten het huis en overgang van wereldse bezigheden naar verzaking en bezinning.
  4. Sannyasa, afstand doen van bezittingen, kluizenaar worden, wijden aan spirituele zaken, bereiken van moksha.

“Avadhuta” wordt vaak geassocieerd met een soort excentriek en spontaan gedrag van een heilig persoon.

  1. Brahmavadhuta (geboren als een avadhuta)
  2. Shaivavadhuta (zij die afstand hebben gedaan van het materiële leven om als sannyasa te leven)
  3. Viravadhuta (smeert gewoonlijk rode pasta op het lichaam en draagt saffraankleurige kleding)
  4. Kulavadhuta (toont geen uiterlijke tekenen van hun spirituele status)

“Avicii” is het laagste niveau van Naraka voor hen die een van deze ernstige overtredingen hebben begaan:

  1. Het vermoorden van één of beide ouders;
  2. Het vermoorden van een arhat, of een vervolmaakte persoon die het nirvana heeft bereikt;
  3. Het vergieten van het bloed van een boeddha; of
  4. Het veroorzaken van een scheiding binnen een boeddha-religieuze gemeenschap, bekend staand als sangha.

“Bhakta” Een bhakta is een spirituele toegewijde of individu die bhakti of Bhakti yoga beoefent.

Binnen de bhakti-beoefening zijn er vier verschillende soorten bhaktas:

  1. Arta – Een individu dat lijdt aan fysieke of spirituele kwalen en het Goddelijke zoekt
    voor genade en verlichting van het lijden.
  2. Jijnasu – Een individu dat ontevreden is met de wereld zoals die is en het Goddelijke zoekt
    voor een grotere betekenis, kennis en, uiteindelijk, wijsheid.
  3. Artharthi – Een individu dat het Goddelijke zoekt om materiële zegeningen in deze wereld te verkrijgen;
    rijkdom, macht, huwelijk en kinderen, en/of een hoge reputatie of roem.
  4. Jnani – Een individu dat reeds verbonden is met zijn hogere Zelf, tevreden is met dat Zelf,
    en zichzelf als compleet beschouwt zoals het Goddelijke. Deze persoon is gewoonlijk een wijsgeer of goeroe.

“Bhakti” of devotie. Vormen van bhakti omvatten:

  1. Apara (lagere) bhakti – devotie die gebruik maakt van rituelen en ceremonies.
    Het tegenovergestelde ervan is para bhakti.
  2. Vaidhi bhakti – devotie gebonden aan gebruiken beschreven in de geschriften.
    Het tegenovergestelde is ragatmika bhakti, die vrije uitdrukking van devotie is.
  3. Sakamya bhakti – toewijding voor materieel gewin, gezondheid of vervulling van andere verlangens.
    Het tegenovergestelde is nishkamya bhakti.
  4. Avyabhicharini Bhakti – eenpuntige toewijding of totale toewijding aan God en alleen God.
    Het tegenovergestelde is vyabhicharini bhakti, dat is toewijding verdeeld tussen God en andere zorgen.

“Bahiranga Yoga” Bahiranga yoga omvat:

  1. De vijf yama’s, of persoonlijke deugden – ahimsa (geweldloosheid), satya (waarachtigheid),
    asteya (niet stelen), brahmacharya (zelfdiscipline en zelfverloochening) en aparigraha (niet bezitterig zijn).
  2. De vijf niyama’s, of gedragscodes – shaucha (zuiverheid van geest en lichaam), santosha (tevredenheid), tapas (zelfdiscipline), svadhyaya (zelfstudie) en ishvara pranidhana (toewijding aan een hogere bron).
  3. De asana’s, of houdingen die westerlingen het vaakst associëren met yogabeoefening.
    Ze versterken en disciplineren het lichaam en de geest.
  4. Pranayama, of ademhalingsoefeningen, verjongen het lichaam en de geest
    door de levenskrachtenergie te sturen waar nodig.

“Bewustzijnstoestanden”

  1. Jagrat – waaktoestand
  2. Svapna – dromen
  3. Sushupti – diepe slaap
  4. Turiya – trance

“Bhaya” is een Sanskriet woord dat “angst”, “afschuw”, “gevaar” of “nood” betekent. De Yogische filosofie leert dat zolang mensen zich in deze wereld identificeren met hun fysieke lichaam, hun psyche en hun verlangens, zij bhaya zullen ervaren. Het is een natuurlijke staat. Er zijn verschillende wegen zijn om bhaya te overwinnen:

  1. Door atma jnana, de realisatie dat het zelf onsterfelijk is.
  2. Door het begrip van karma, en het concept dat alles wat ervaren wordt zinvol is.
  3. Door de beoefening van yoga, met inbegrip van bepaalde asana’s en pranayama’s, met inbegrip van shashankasana, wat de bijnieren controleert; en nadi shodhana om de nadi’s te zuiveren.
  4. Door toewijding aan God, het vertrouwen in God en het liefhebben van God.
    Dit wordt door sommigen beschouwd als de meest effectieve manier om bhaya te verslaan.

“Boeddha” Na zijn verlichting bedacht Boeddha de Vier Edele Waarheden en predikte deze aan zijn discipelen:

  1. De waarheid van lijden
  2. De waarheid van de oorzaak van het lijden
  3. De waarheid over het einde van het lijden
  4. De waarheid van het pad dat leidt naar de beëindiging van lijden

“Brahma Loka” Hoogste van de hemelse rijken. Verwijst ook naar de drie hoogste rijken tezamen:

  1. Jana loka – scheppingsvlak, thuisbasis van mystici die transformeren van subtiele lichamen naar een spirituele staat
  2. Tapar loka – thuis van de vier kumars, of spirituele zonen van Brahma, en van onsterfelijke asceten.
  3. Satya loka –
  4. Brahma loka

“Brahmavihara” is een term die verwijst naar de vier boeddhistische deugden en meditatieve praktijken.

  1. Upekkha – gelijkmoedigheid die geworteld is in inzicht. Het is niet-gebondenheid, sereniteit
    en een evenwichtige, kalme geest waarin iedereen onpartijdig wordt behandeld.
  2. Metta of Maitri – liefdevolle vriendelijkheid die bestaat uit het actief tonen van goede wil aan iedereen.
  3. Karuna – mededogen waarin de boeddhist het lijden van anderen identificeert als zijn/haar eigen lijden.
  4. Mudita – empathische vreugde waarin de boeddhist vreugdevol is vanwege het geluk en
    de vreugde van anderen, zelfs als hij/zij geen deel had aan het creëren van dat geluk.

“Guru Parampara” verwijst naar de ononderbroken opeenvolging van goeroes.

  1. Goeroe – de onmiddellijke goeroe
  2. Parama goeroe – Goeroe’s goeroe
  3. Parapara goeroe – goeroe van parama goeroe
  4. Parameshti guru – Guru van parapara guru

“Hatha Yoga Pradipika” is een presentatie van praktische richtlijnen voor Hatha yoga.

  1. Asana: Bevat gedetailleerde informatie over de namen van asana’s, hoe ze uit te voeren,
    en wat voor soort dieet de voordelen van hun beoefening zal versterken.
  2. Pranayama: Legt verschillende ademhalingstechnieken uit en hun voordelen voor de gezondheid.
    Dit hoofdstuk gaat ook in op de beoefening van shatkarma, de zes zuiveringstechnieken
    die het lichaam reinigen en essentieel zijn als voorbereiding op de yogabeoefening.
  3. Mudra’s en Bandha’s: Legt de mudra’s (gebaren) en bandha’s (sluitingen) uit die helpen
    bij het ontwaken van kundalini-kracht, wat leidt tot verlichting.
  4. Samadhi: Beschrijft technieken die leiden tot verlichting en eeuwige gelukzaligheid.

“Jatharagni” Is in de Ayurveda het spijsverteringsvuur in het lichaam dat verantwoordelijk is voor het metaboliseren van voedsel. Jatharagni kan echter op vier manieren beïnvloed worden door de dosha’s, waardoor het zich kan presenteren als vier soorten jatharagni. Deze zijn:

  1. Vishama agni, waarbij vata domineert. Dit veroorzaakt dat de spijsvertering variabel en onstabiel is, altijd veranderend. Soms zal het snel zijn en soms traag en zwak. Soms kan dit leiden tot indigestie.
  2. Tikshna agni, waar pitta domineert. Dit leidt tot een zeer intense en snelle spijsvertering, die te sterk kan zijn. Het kan leiden tot verbranding van lichaamsweefsels en zwakte.
  3. Manda agni, waar kapha overheerst. Dit is het meest waarschijnlijke om ziekte te veroorzaken, omdat de spijsvertering zeer traag en traag is. Mensen met manda agni zullen dikwijls indigestie ervaren.
  4. Sama agni, waar de tri-doshas een evenwichtige invloed hebben. Dit leidt tot de perfecte werking van jatharagni en wordt beschouwd als zijn ideale staat.

“Jhana’s”

  1. Akasanancayatana jhana – een meditatieve toestand waarin de geest verzonken is in het besef dat de ruimte oneindig is.
  2. Vinnanancayatana Jhana is een meditatieve staat waarin de geest het oneindige bewustzijn overdenkt.
  3. Akincannayatana jhana – een meditatieve staat waarin de geest het idee overweegt dat er niets is.
  4. Nevasannanasannayatana jhana – een meditatieve staat van noch waarneming noch niet-waarneming.

“Karma” wordt gecategoriseerd als:

  1. Sukla Karma (wit/goed) – Asukla Karma (niet wit/goed)
  2. Krishna Karma (zwart/slecht) – Akrishna Karma (niet zwart/slecht)
  3. Sukla-Krishna Karma(gemengd)
  4. Asukla-Akrishna Karma of Karmasamya (evenwichtig)

“Kleshas”, Stadia die lijden veroorzaken en obstakels zijn voor verlichting.

  1. Udaram, het actieve stadium van de klesha wanneer het zijn sterkste invloed heeft
  2. Vicchinna, het afgescheiden stadium waarin de klesha actief kan zijn, maar niet vervuld omdat het buiten bereik is
  3. Tanu, het verzwakte, onderbewuste stadium
  4. Prasupta, het slapende stadium waarin de klesha verblijft in de onbewuste geest

“Kripa” Het omvat begrippen als “genade”, “zegen”, “barmhartigheid” en “goddelijke genade”.

  1. Ishwara kripa – de genade van God
  2. Shastra kripa – de genade van het geschrift
  3. Goeroe kripa – de genade van de goeroe
  4. Atma kripa – de genade van het Zelf

“Lakshmi” is de Hindoe-godin van de materiële en geestelijke voorspoed en de vrouw van Heer Vishnu.

  1. Dharma (rechtschapen leven)
  2. Kama (wereldlijk genot)
  3. Artha (welvaart)
  4. Moksha (spirituele bevrijding)

“Lakshmi” Vishnu bezocht de aarde als verschillende incarnaties en, Lakshmi volgde als verschillende avatars:

  1. Sita, de vrouw van heer Rama
  2. Rukmini, vrouw van Krishna
  3. Dharani, vrouw van Parashurama
  4. Padma, vrouw van Hari

“Moksha” of bevrijding. De stappen om moksha te bereiken in Jnana yoga zijn:

  1. Viveka: Onderscheid maken tussen Zelf en niet-zelf, of werkelijkheid en bedrog.
  2. Vairagya: Losmaken van zowel pijn als plezier van de wereld.
  3. Mumukshutva: verlangen naar moksha tot het punt dat andere verlangens vervagen.
  4. Shatsampat: Het stabiliseren van de geest en emoties door middel van de zes deugden:
  1. Shama (kalmte, vredige geest)
  2. Dama (rationele beheersing van de zintuigen)
  3. Uparati (terugtrekking uit wereldse afleidingen)
  4. Titiksha (verdraagzaamheid, uithoudingsvermogen)
  5. Shraddha (intens geloof)
  6. Samadhana (mentaal evenwicht, concentratie)

“Nada” In de overtuiging dat het hele universum is opgebouwd uit geluidstrillingen, richt Nada yoga zich op transformatie van binnenuit door middel van geluid. Het doel is om het ultieme geluid te horen, of para nada.

  1. Vaikhari: Hoorbaar, getroffen geluid dat door het menselijk oor kan worden gehoord. Het is een geluid van spraak en zang, het geluid dat wordt gemaakt wanneer twee voorwerpen elkaar raken. Dit is het grofste niveau van geluid.
  2. Madhyama: Een mentaal geluid dat iets subtieler is dan vaikhari. Dit is wanneer de subtiele nada begint te ontstaan.
  3. Pashyanti: Een visueel geluid, een geluid dat gezien kan worden. Een droom van muziek of een visualisatie van de kwaliteit van een geluid.
  4. Para nada: Een transcendente klank met oneindige golflengte, geassocieerd met de klank Om (of Aum). Het is het laatste stadium vóór samadhi, gehoord in een staat van superbewustzijn. Dit is de anahata, de ongeslagen of stille klank. Het horen van dit geluid is een doel van het beoefenen van Nada yoga.

“Naga” Betekend “slang”, “serpent” of “cobra” betekent. Enkele van de naga’s zijn:

  1. Sesha, heerser van de nagas die de slapende Vishnu beschermt
  2. Manasa, de vruchtbaarheidsgodin die ook beschermt tegen slangenbeten
  3. Ananta, het symbool van de eeuwigheid
  4. Muchalinda, die de Boeddha beschermt terwijl hij mediteert

“Nyasa” Tantrisch ritueel dat een reeks aanrakingen op specifieke plaatsen op het lichaam inhoudt.

Enkele van de meest voorkomende zijn:

  1. Rishi nyasa
  2. Kara nyasa
  3. Matrika nyasa
  4. Sadanga nyasa

“Nyaya” is een Sanskriet woord dat “methode”, “regels” of “oordeel” betekent.

Nyaya volgelingen geloven in vier pramanas, of bronnen van kennis:

  1. Pratyaksha (waarneming)
  2. Anumana (gevolgtrekking)
  3. Upamana (vergelijking)
  4. Shabda (getuigenis)

“Pada’s” (hoofdstukken) in de Yoga Sutra’s van Patanjali:

  1. Samadhi Pada (hoofdstuk over Verlichting)
  2. Sadhana Pada (hoofdstuk over beoefening)
  3. Vibhuti Pada (Hoofdstuk over Krachten of Manifestaties)
  4. Kaivalyam Pada (hoofdstuk over Bevrijding)

“Pratyaksha” Waarneming of dat waarop de aandacht is gericht.

  1. Indriya pratyaksha – zintuiglijke waarneming
  2. Manas pratyaksha – mentale perceptie
  3. Svadana pratyaksha – zelfbewustzijn
  4. Yoga pratyaksha – super-normale intuïtie

“Prayatna Saithilya Ananta Samapatibhyam.”

  1. Prayatna, wat “inspanning” betekent
  2. Saithilya, wat “losmaken” betekent
  3. Ananta, betekent “oneindig”
  4. Samapatibhyam, betekent “versmelten”

“Purushartha” is een sleutelbegrip in het Hindoeïsme, dat verwijst naar de vier uiteindelijke doelen van het menselijk leven. Elk van de volgende kan worden nagestreefd, hetzij omwille van zichzelf, hetzij als middel om het volgende doel te bereiken:

  1. Artha – omvat rijkdom, carrière, voorspoed en financiële zekerheid; artha verwijst naar het hebben van de middelen en het materiële comfort om met gemak te leven.
  2. Kama – betekent verlangen naar plezier, genot, liefde, intimiteit, genegenheid en zelfs muziek of kunst.
    Terwijl overmatige kama kan leiden tot overdreven genot, kan de juiste soort kama individuen helpen om hun dharma met passie te vervullen.
  3. Dharma – omvat plichten, gedrag en deugden. Dharma betekent waarheid of juiste manier van leven, en kan worden gezien als iemands ware doel in het leven.
  4. Moksha – het uiteindelijke doel van het menselijk leven; zelfrealisatie en bevrijding van de cyclus van reïncarnatie. Moksha wordt verondersteld plaats te vinden wanneer een individu met succes artha, kama en dharma heeft bereikt.

“Rupa Jhana” De vier niveaus van meditatie op vorm, die allen de eenwording van de geest tot doel hebben, zijn:

  1. Pathama jhana (gerichte gedachte)
  2. Dutiya jhana (innerlijke zekerheid)
  3. Tatiya jhana (gelijkmoedigheid met plezier)
  4. Catuttha jhana (totale gelijkmoedigheid)

“Sabda” De Veda’s beschrijven vier stadia van geluid:

  1. Paraa, het subtiele geluid vanuit de oorsprong bij de wortelchakra
  2. Pasyanti, het geluid door en vanuit de navel/solar plexus chakra
  3. Madhyamaa, de vorm van geluid zoals het geassocieerd wordt met het hartchakra
  4. Vaikhari, het geluid zoals het wordt uitgedrukt als spraak of geluid vanuit de keel, tong, lippen en tanden

“Sadhana Chatushtaya”, of de Vier Zuilen van Kennis.

  1. Viveka (het onderscheiden van wat echt is versus wat niet echt is),
  2. Vairagya (de onthechting van materiële bezittingen en het ego)
  3. Mumukshutva (een intens verlangen om bevrijd te worden van lijden en volledige toewijding aan Jnana yoga)
  4. Shat-sampat is samengesteld uit de zes deugden in Jnana yoga

Shat-sampat wordt beschouwd als een vorm van mentale training die de yogi in staat stelt mentale discipline en controle te ontwikkelen. De zes deugden zijn:

  1. Shama, of het vermogen om kalm te zijn en een vredige geest te bewaren
  2. Dama, of het vermogen om de zintuigen te controleren en daarmee de reacties op externe stimuli
  3. Uparati, of het afstand doen van alles wat niet in je dharma (plicht) past
  4. Titiksha, of het doorstaan van lijden
  5. Shraddha, of vertrouwen en geloof hebben in het pad van Jnana yoga
  6. Samadhana, of totale concentratie en focus van de geest

“Samprajnata” verwijst naar dualistisch denken waarin er scheiding is tussen de waarnemer en het object.

Er zijn vier niveaus van bewustzijn waar de geest doorheen beweegt tijdens samprajnata samadhi:

  1. Savitarka (toepassing van gedachten)
  2. Savichara (cognitie)
  3. Ananda (bewuste gelukzaligheid)
  4. Asmita (ontlediging)

“Shastra” Is een handleiding, een boek van kennis, een religieuze verhandeling of een heilig boek.

  1. Sruti – Geloofd als het resultaat van goddelijke openbaring overgeleverd aan de wijzen,
    wordt deze categorie shastra beschouwd als de meest heilige van de Hindoe literatuur.
  2. Tantra – Deze shastra’s behandelen de esoterische aspecten van het Hindoeïsme,
    waaronder mystiek en yogische praktijken en filosofie.
  3. Smriti – Deze shastras interpreteren en codificeren de Vedische filosofie, maar worden als minder gezaghebbend beschouwd dan sruti omdat de kennis door mensen wordt doorgegeven, gebaseerd is op het menselijk geheugen.
  4. Purana – Deze categorie bestaat uit verzamelingen verhalen die Hindoe legenden, mythen
    en zelfs goddelijke genealogie omvatten.

“Siksa vratas” De siksa vratas zijn een groep van vier geloften die deel uitmaken van de 12 geloften van een leek in het Jainisme. De siksa vrata’s zijn ook bekend als de training geloften of de geloften van instructie.

  1. Samayik vrata, of de meditatie gelofte, die stelt dat de Jain die deze gelofte aflegt, elke dag 48 minuten moet mediteren. Deze gelofte is ook bekend als de gelofte van zelfbeheersing.
  2. Desavakasika vrata, dat is de gelofte dat men de duur van de dagelijkse activiteiten zal beperken. Door de activiteiten te beperken, wordt men verondersteld de blootstelling aan opgestapeld karma te beperken.
  3. Pausadha vrata, of de gelofte van een beperkt ascetisch leven, dat is de belofte om een dag lang als een monnik of non te leven.
  4. Atithi savinbhag vrata (ook dana vrata genoemd), of de liefdadigheidsgelofte, waarbij men onbaatzuchtige offergaven geeft aan de behoeftigen en aan monniken en nonnen, waardoor men onthechting ontwikkelt van wereldse zaken.

“Smriti” is een van de twee soorten Vedische literatuur. Smriti literatuur kan als volgt worden ingedeeld:

  1. Vedangas: essentieel voor het begrijpen van de essentie van de Veda’s
  2. Upavedas: de kunsten en wetenschappen
  3. Upangas: kennis
  4. Darsanas: vensters naar de waarheid en de weg naar bevrijding

“Unmani” is een Sanskriet woord dat “geen geest”, “voorbij de geest” of “gedachteloos” betekent.

Er zijn vier bewustzijnstoestanden, met drie overgangsfasen.

  1. Wakker
  2. Dromen
  3. Diepe slaap
  4. Turiya (stil bewustzijn)

“Vairagya” is een Sanskriet term die “onthechting” betekent. Vairagya kent vier stadia:

  1. Yatamana, dat verwijst naar de inspanningen om de geest weg te leiden van zinnelijke genoegens;
  2. Vyatireka, wat “logische onderbreking” betekent, het stadium dat je bewust maakt van je niveau van vairagya ten opzichte van bepaalde objecten;
  3. Ekendriya, het stadium waarin de zintuigen onderworpen blijven en de geest gehecht is aan of afkerig is van een voorwerp; en
  4. Vasirara, het hoogste stadium waarin geen enkele verleiding jegens objecten bestaat, er geen sympathieën of aversies zijn, en dit is wanneer Zelf-realisatie en spirituele suprematie mogelijk worden.

“Varna” Het varna-systeem wordt vaak geïnterpreteerd als een kastensysteem.

  1. Brahmaan Varna – priesters, geleerden en leraren, en wordt meestal beschouwd als de hoogste klasse.
    Van hen wordt verwacht dat zij kwaliteiten als integriteit, eerlijkheid, zuiverheid en wijsheid cultiveren
  2. Kshatriya Varna – krijgers, heersers en bestuurders
  3. Vaishaya Varna – handelaars, veehoeders, landbouwers en handwerkslieden
  4. Sudra Varna – arbeiders en dienstverleners

“Veda’s” Elk van de vier Veda’s is onderverdeeld in vier chronologische delen.

  1. De Samhita’s – bevatten mantra’s, gebeden, litanieën en hymnen aan God.
  2. De Brahmanas – gidsen voor rituelen en gebeden voor priesters
  3. De Aranyakas – principes van aanbidding en meditatie
  4. De Upanishads – leerstellingen over de mystieke en filosofische elementen van het Hindoeïsme

Sommige geleerden categoriseren de Samhita’s en de Brahmana’s samen als het Karma-Kanda deel van de Veda’s omdat zij informatie bevatten die relevant is voor rituelen en ceremonies. De vier Samhita’s zijn:

  1. “Rig Veda” – de belangrijkste Veda. Deze bevat mantra’s en hymnen voor geluk, gezondheid en wijsheid, waaronder de beroemde Gayatri mantra.
  2. “Sama Veda” – een verzameling muzikale hymnen en mantra’s die de basis vormen voor kirtan, het devotionele chanten van Bhakti yoga.
  3. “Yajur Veda” – het instructiehandboek voor de technische aspecten van ceremonies, offerdaden en verering van de godheden. Dit wordt gebruikt door Vedische priesters.
  4. “Atharva Veda” – een verzameling magische riten en spreuken om demonen en ziekten te verdrijven, alsmede hymnen voor huwelijk en crematie.

“Vedanta” De kern van de leer van Vedanta is het ervaren van iemands ware aard: de individuele ziel als een deel van de universele of opperste Ziel. Gemeenschappelijke overtuigingen zijn:

  1. Brahman is eeuwig, in alle wezens en de Absolute Waarheid.
  2. Kennis of toewijding is superieur aan actie.
  3. Alle wezens zijn gebonden in samsara.
  4. Verlost worden van deze cyclus van dood en wedergeboorte is het bereiken van bevrijding.

“Vedantijn” is het woord dat iemand beschrijft die de denkschool volgt die bekend staat als Vedanta.

  1. Bhakti yoga – het pad van toewijding, dat zich richt op gebed en aanbidding.
  2. Jnana yoga – het pad van de kennis, dat zich richt op rede en intellect om het goddelijke in onszelf te vinden.
  3. Karma yoga – het pad van onzelfzuchtig werk, dat zich richt op goede werken zonder een verwachte beloning.
  4. Raja yoga – het pad van meditatie, dat de yogi in staat stelt een hoger bewustzijn en dieper begrip te bereiken.

“Vinyasa” Vorm van yoga die beweging en ademhaling verbindt om evenwicht te bereiken in lichaam en geest.

  1. De link tussen beweging en adem;
  2. Een yogareeks die deze verbinding tussen beweging en ademhaling illustreert;
  3. Een les die zich richt op deze vorm van yoga; of
  4. De handeling van het stellen van een intentie en het nemen van stappen om deze te bereiken.

“Yoga Sutra’s” zijn een verzameling teksten geschreven door de wijze, Patanjali, rond 400 v. Chr. De verzameling bevat wat wordt verondersteld veel van de basis van de klassieke yoga filosofie te zijn en bestaat uit 196 sutra’s (“draden” of verhandelingen). De 196 sutra’s zijn onderverdeeld in vier thematische boeken:

  1. Samadhi pada (wat yoga is)
  2. Sadhana pada (hoe verkrijg je een yogische staat)
  3. Vibhuti pada (voordelen van het regelmatig beoefenen van yoga)
  4. Kaivalya pada (bevrijding of vrijheid van lijden)

“Yuga’s” In chronologische volgorde zijn de yuga’s:

  1. Satya Yuga – Ook bekend als Krita Yuga, dit is het tijdperk van waarheid, deugd en rechtschapenheid.
    Iedereen zou yoga hebben beoefend voor spiritueel inzicht.
  2. Treta Yuga – Dit tijdperk van een kwart achteruitgang in spiritualiteit en de spirituele beoefening van yoga.
  3. Dwapara Yuga – In dit tijdperk neemt de spiritualiteit verder af, deugd en zonde komen in gelijke mate voor.
  4. Kali Yuga – Het tijdperk van conflicten, Kali Yuga wordt beschreven als een kwart deugd en driekwart zonde.