Waarnemer

Je bent geen ding, je bent het waarnemen van dingen!

Het maanlicht verhoudt zich tot het zonlicht
als het ego tot het ware zelf!

Vanochtend vroeg werd ik wakker, het was al volop dag en toch stond de volle maan helder stralend boven het dak van de buren. In eerste instantie was het voor mij zoiets van: “Hoe kan dat, zo helder” en toen drong de boodschap tot mij door.
Wij ervaren ons zelf als persoonlijkheid (de som van onze positieve en negatieve ervaringen en talenten inclusief de bijbehorende verpakking, ons lichaam).
Deze persoonlijkheid noemen we ik (ik ben, ik denk, ik voel, ik weet, ik etc.), terwijl ego eigenlijk een beter passende benaming is. Ten onrechte denken velen dat hun ego alleen uit negatieve karaktertrekken bestaat maar dat komt niet overeen met de werkelijkheid. Ons ego is de som van al onze persoonlijke interpretaties van positieve en negatieve ervaringen. Zo ben ik nu éénmaal, zo kent iedereen mij, mag ik mij even voor stellen etc. draait steeds om iets wat wij beschouwen als: “DAT BEN IK”.
Maar, zo ben ik nu éénmaal betreft een zelfbedacht spiegelbeeld dat net als het maanlicht, een fata morgana, een weerspiegeling is en doet alsof het “eigen” is.
De maan schijnt net zomin als ons “dat ben ik” een eigen bewustzijn heeft.
Allemaal spiegeling, allemaal waan, allemaal illusie! En die stralende maan aan die stralend blauwe hemel wekte mij met deze werkelijk éénmalige metafoor!

Dat was voor mij een schitterende boodschap.

De vermeende waarnemer.

De Metamorfosen van Ovidius verhalen dat Prometheus en de godin Athena samen in de stad Panopeus de eerste mensen schiepen uit klei. In de oudheid waren de zandkleurige stenen nabij deze stad een toeristische attractie waarvan werd verteld dat het overblijfselen waren van het eerdere scheppingsexperiment van Prometheus. De creatie gebeurde in opdracht van Zeus, die later echter minder ophad met de mensheid. Tijdens een geschil tussen Zeus en de mensen over het verdelen van offerdieren, wierp Prometheus zich op als arbiter. Hij bestreek een hoop beenderen met smakelijk uitziend vet, verborg het beste vlees onder een hoop ingewanden, en liet vervolgens Zeus als eerste kiezen. De alwetende godheid deed alsof hij zich liet misleiden en koos de eerste stapel. Als wraak nam hij zich voor de mens het geheim van het vuur te onthouden. Bij de toebedeling van gaven en vaardigheden was de mens er nochtans al bekaaid afgekomen. Zowel op het vlak van de overlevingsinstincten als op het vlak van de natuurlijke verdedigingsmiddelen waren de andere levende wezens er veel beter aan toe. Uit liefde voor de mensheid stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden en schonk het aan de mensen. Zeus strafte Prometheus en de mensen voor de diefstal van het verboden vuur uit de hemel. De nemesis, de ‘wrekende gerechtigheid’, viel nu Prometheus ten deel: hij werd vastgeketend aan een zuil in de bergketen Kaukasus en elke dag kwam de adelaar Ethon zijn lever uitpikken en opeten. ’s Nachts groeide de lever weer aan, zodat de kwelling opnieuw kon beginnen. De als eeuwig bedoelde nemesis kwam ten einde doordat de held Herakles, met de goedkeuring van Zeus, de adelaar tijdens zijn elfde werk doodde en Prometheus van zijn ketens bevrijdde. De straf voor de mensheid was ook hard en werd niet bekort. Zeus liet de eerste vrouw maken, Pandora, en stuurde haar met haar schoonheid, charmes en listen naar Epimetheus. Deze weinig snuggere Titaan was gewaarschuwd door zijn broer Prometheus om geen geschenken van de goden te aanvaarden, maar Pandora nam hij aan. Ze opende de kruik die ze bij zich had en liet oorlog, ziekten, armoede en ander kwaad ontsnappen in de wereld. Enkel de hoop bleef achter op de bodem.

De ware betekenis.

De ware betekenis van dit verhaal betreft niet het vuur om te offeren (voorloper van barbecue) of om hoogovens mee te stoken, maar het vierde element, het vuur van het denken en de vrije wil. Zeus zag dat met die vrije wil voor de mensen niet zo zitten omdat de mens zich dan wel eens bewust kon worden van zijn ware goddelijke aard. Gelukkig voor Zeus en helaas voor de mensheid benutte de mens de vrije wil om zich te identificeren met gedane ervaringen. Al identificerend maakt de mens vrijwillig en onjuist gebruik van de vrije wil en vernedert zichzelf tot robot. Door de vrije wil voor identificatie te benutten heeft de mens het goddelijke bewustzijn in zichzelf geprivatiseerd en sindsdien wordt elke poging om dit ongedaan te maken te vuur en te zwaard bestreden door kerkelijke (luciferische en oorspronkelijk vrouwelijke) en wereldlijke (ahrimanische en oorspronkelijk mannelijke) machten. Monotheïsme zelf is het resultaat van privatisering. Mijn God is beter dan jouw God komt omdat religie verworden is tot instituut waarin God geprivatiseerd is. In de mens is het gevolg van deze identificatie een verschijnsel (met nadruk op schijn) dat we kennen als ons ego. Ons ego is de som van identificaties met gedane ervaringen, is een gedachtebeeld, een illusie en het gevolg van het privatiseren van ons ware zelf. Onze goddelijke kern hebben we vervangen door een waarnemer, een letterlijke plaatsvervanger van ons ware goddelijke zelf. Mens ken uw zelf!

God is onvoorwaardelijk.

Vaak wordt gezegd dat God onvoorwaardelijke liefde is en de mens denkt dan aan een onvoorstelbare hoeveelheid liefde. Dat is het menselijk interpreteren van hetgeen gezegd wordt. Wij mensen denken altijd vanuit onszelf. Het gaat hier niet om hoeveelheden van iets het gaat hier om onvoorwaardelijk en onvoorwaardelijk kent geen voorwaarden, is geen ding! Er bestaat een mooi boek “God is een werkwoord”. Afijn, God is onvoorwaardelijk! God is geen ding! Wij zijn geschapen naar beeld en gelijkenis. Onze essentie, ons ware zelf moet dan ook onvoorwaardelijk zijn. Als wij denken dan nemen we in werkelijkheid de activiteit denken waar. We denken dat we de gedachten zijn, maar we nemen gedachten waar. Gedachten zijn voorwaardelijk en als zodanig dingen. Het monotheïsme heeft God geprivatiseerd, heeft zich God toegeëigend, heeft van God een ding gemaakt en heeft God gepolariseerd, gescheiden in een mannelijk superieur en een vrouwelijk inferieur. God werd voorwaardelijk, kreeg eigenschappen en dat heeft verdacht veel weg van ons begrip van heidendom. Heidenen ervoeren God in alles en bovenal in zichzelf. Monotheïsme vervreemde de mens van God. Het menselijk voertuig is Gods voertuig voor het voorwaardelijk ervaren. God kan zichzelf daardoor ervaren onder voorwaarden, voorwaardelijk. Het onvoorwaardelijke kan het voorwaardelijke alleen onvoorwaardelijk ervaren.

Voorwaar, voorwaar ik zeg U!

De eerste mensen bevonden zich in deze natuurlijke c.q. Goddelijke toestand. Zij waren het gereedschap waarmee God zich ervaren kon, maar zij waren zich dat niet bewust. De vrije wil geeft de mens twee mogelijkheden; 1e vrije interpretatie van hetgeen ervaren wordt en 2e identificatie met de interpretatie. Het eerste levert geen problemen op maar het tweede zorgt voor een soort van kunstmatige intelligentie, een soort virus genaamd ‘ego’. Eva heeft dat als eerste willen ontwikkelen, wilde op eigen benen staan en Adam heeft haar onder protest gevolgd. Adam neemt het Eva nog steeds kwalijk en heeft zich daarom in het monotheïsme op de voorgrond geplaatst. Nogmaals, als wij denken dan nemen we in werkelijkheid de activiteit ‘denken’ waar. Identificatie met de interpretatie van onze waarnemingen creëert iets, een ding dat zich boven het Goddelijke in ons plaatst. Het eclipst als het ware onze goddelijke kern, ons goddelijk bewustzijn. Bij computers noem je zoiets kunstmatige intelligentie. Het apparaat doet iets zelfstandig dat niet geprogrammeerd is. Ons ego is virtueel, is kunstmatige intelligentie, is een virus! Maar dit virus heeft zin! De vrije wil is een goddelijke voorzienigheid die verder gaat dan te kunnen doen en laten wat we willen. De vrije wil heeft te maken met bewustwording. De eerste mens ervoer het goddelijke overal. Door de patriarchale interpretatie van het monotheïsme werd God buiten de mens geplaatst en geprivatiseerd. De mens leerde zich een ego te scheppen en hecht door identificatie onvoorwaardelijk geloof aan zijn of haar zelfgeschapen gouden egokalf. De goddelijke kern in de mens functioneert op de achtergrond, maar zonder dit bewustzijn bestaat er geen bewust zijn. De verloren zoon voelt dat er iets niet helemaal kosher is en wordt zoeker.

Zo boven, zo beneden!

De zoeker ontdekt dat hetgeen hij of zij als zichzelf heeft leren ervaren in werkelijkheid een zelfgeschapen afspiegeling, image, personae of masker is waarachter het ware zelf verborgen zit. Dit masker of beter de som van deze maskers dient ontmaskert te worden. Ons ego of beter de som van al onze identificaties dient ontdekt te worden en we dienen ons te beseffen dat wij de slaaf geworden zijn van onze eigen waan, onze eigen maskers, ons ego! Tijdens de zwangerschap van onze moeder incarneert het Goddelijke in de foetus en pas in ons derde levensjaar gaan we ik zeggen als we het over onszelf hebben. Met dit ik zeggen en onszelf bedoelen identificeren we ons en scheppen zo een virtuele realiteit die we ons later hopelijk bewust worden. We privatiseren in navolging van het monotheïsme het goddelijke in ons en dat is niet alleen een reflexie van de werkelijkheid, het is tevens ‘zonde’. De mens die zich van deze toestand bewust wordt en naar de zin des levens zoekt, komt uiteindelijk altijd tot dezelfde conclusie. Monotheïsme heeft het onvoorwaardelijke voorwaardelijk gemaakt, geprivatiseerd en gepolariseerd! De mens heeft het onvoorwaardelijke in zichzelf voorwaardelijk gemaakt, geprivatiseerd en gepolariseerd! Mens ken uw ware zelf, uw goddelijke kern!

De linkerhelft toont jouw bewustzijnsstaat vanaf jouw incarnatie. De rechterhelft toont jouw waakbewustzijnsstaat vanaf jouw derde levensjaar.
De engel staat voor onvoorwaardelijk bewustzijn, de Boehda voor ons ware zelf en de camera met het kleine kikkertje voor ons lichaam.
De kikker rechts vertegenwoordigt ons ego en de glanzende bol in het midden symboliseert ons op reflexie gebaseerde waarnemen.

De volgende serie afbeeldingen tracht
het menselijke bewustzijnsontwikkelingsproces

tijdens één leven aanschouwelijk weer te geven.

Onze hersenen zijn uiteindelijk niks meer of minder dan processor
en routerende transciever voor draadloze en bekabelde communicatie.
Naar boven (Ajna, Brahma-randhra) en buiten het lichaam (zintuigen) wordt draadloos parallel waargenomen, maar in het lichaam via bedrading en serieel.

Lager zelf (Anahata, hart-chakra), vuur (Ajna, voorhoofds-chakra) en lucht (Vishuddha, keel-chakra) vormen de bovenste triade van Davidster en Merkabah.
De onderste triade van Davidster en Merkabah wordt gevormd door onderbewustzijn (Manipura, zonnevlecht-chakra), aarde (Muladhara, wortel-chakra) en water (Svadishthana, heiligbeen-chakra).

De eerste serie toont de situatie van de ware mens,
geschapen naar beeld en gelijkenis.
Geest, onvoorwaardelijke bewustzijn neemt parallel draadloos waar.
Brahma-Randhra is de veiligheidscamera waarmee alles waargenomen wordt.
De tweede afbeelding van links verandert gaandeweg terwijl de drie overige bedoeld zijn om je te oriënteren. Het proces van incarnatie, immanentie, bewustwording en transcendentie wordt hier in beeld gebracht.

Het lichaampje dat zich tijdens de zwangerschap ontwikkeld
heeft een autonome (kikkertje) vorm van bewustzijn zonder zelfbewustzijn.
De geest (Brahma-Randhra, coronair of kruin-chakra) zweeft nog boven de wateren.

Zodra de geest (het ware zelf) met hulp van jouw ziel incarneert,
gaat het bewustzijn met het lichaam oefenen. Anders gezegd.
Zodra de Godsvonk, het Christusbewustzijn aan het kruis van de vier elementen
(het vierkant van bouw) genageld is, begint de geest een nieuwe incarnatie.

Tijdens de zwangerschap merkt de moeder dat haar kindje gaat bewegen,
aan het oefenen is. De ziel bevat de blauwdruk van jouw talentenpakket.

Na de geboorte van jouw lichaam ga je leren jouw zintuigen te gebruiken en jouw waarnemingen te interpreteren. Je leert steeds beter om met jouw lichaam, jouw waarnemingsvoertuig om te gaan. Gaandeweg leer je lopen, praten, eten, zindelijk worden etc. etc. Dat is een hele klus waarvoor je zo’n drie jaar, aan de hand van jouw ouders en met steun van jouw ware zelf, uitgetrokken hebt.
Je bent nu behoorlijk zelfstandig.

Dan gebeurt er iets dat je te danken hebt aan de vrije wil. Jij identificeert je met jouw lichaam en jouw ervaringen. Jij privatiseert zo te zeggen jouw ware zelf en schept daarmee iets dat daarvoor nog niet bestond. Jij creëert een plaatsvervanger voor jouw ware zelf, een waarnemer die in de waan verkeert dat ie autonoom waar neemt. Het is zoiets als een smartphone die denkt dat ie een goed gesprek heeft gehad of een prachtige foto heeft gemaakt. Bij jouw smartphone zou dan sprake zijn van kunstmatige intelligentie, maar bij jezelf kom je niet zo snel op het idee dat het waarnemen niet door één of andere waarnemer gebeurt. Deze waarnemer maakt zich dik en belangrijk en ziet kans om jouw ware zelf naar de achtergrond te verwijzen.

Zelfrealisatie is het moment waarop jij je realiseert dat je die waarnemer zelf verzonnen hebt. Je bent nog niet helemaal van die waanvoorstelling af, maar je beseft dat het zo moet zijn en ervaart misschien al heldere momenten.
Momenten waarin je merkt dat je eigenlijk met z’n tweeën bent, jouw ware zelf en jouw ego (de som van identificatie met interpretaties
van positieve en negatieve waarnemingen en ervaringen).

Zodra jij je ten volle beseft dat jij de eerste drie jaar van jouw bestaan nog niet bestond en dat jij ook tijdens de diepslaap nooit bestaan hebt, krijg jij weer eigenwaarde, wordt jij van robot weer menswaardig. Jouw ware zelf gaat weer waarnemen. Bewustzijn is altijd nu, niet aan verandering onderhevig en geen ding. Bewustzijn neemt dingen waar, neemt veranderingen waar, zonder zelf te veranderen. Herinneringen zijn altijd nu en bestaan altijd uit situaties die destijds waargenomen zijn, maar dat vermogen tot waarnemen neemt nu waar en nooit gisteren.
Jij kunt jezelf bijvoorbeeld nooit herinneren en het is heel interessant om je dat te beseffen. Wanneer jij werkelijk gaat ervaren hoe het is om zonder waarnemer, zonder plaatsvervanger te leven dan noem je deze persoonsgebonden ervaring verlichting. Jouw lichaam is éénmalig en bezit een reeks unieke talenten die jouw persoonlijkheid vormen terwijl jij het onvoorwaardelijke waarnemen bent.

Het proces van incarneren, geboren worden, een ego scheppen (immanentie), zelfrealisatie en transcendentie is de mens geschonken om God de mogelijkheid te schenken zichzelf bewust, in oneindig veel varianten te mogen ervaren.
Het verlangen van God en het verlangen van de mens is gelegen in het waarnemen. Genesis begint met de schepping en God zag dat het goed was.
Geen ding kan bestaan zonder waargenomen te worden.
God nam het waar en zag dat het goed was. Zo boven, zo beneden.
Dingen bestaan omdat ze waargenomen worden.
Ben jij een ding dat waargenomen wordt of ben jij het waarnemen van dingen?
Jij neemt waar en jij kunt zien dat het goed is!

Je bent het waarnemen via Brahma-Randhra,
het waarnemen via jouw Coronair chakra!

Het doel van Zelfrealisatieoefening 1 is het ervaren van
het verschil tussen het waarnemen en de waarnemer.

Het is evident dat er waargenomen wordt maar het bestaan van een waarnemer is zeer twijfelachtig. Deze vermeende waarnemer hebben we zelf verzonnen! Realiseer je, dat jij het waarnemen bent en niet de waarnemer. Realiseer je, dat het waarnemen zonder “jou” waarneemt. Je kunt dit niet begrijpen, je kunt het alleen ervaren! Ervaar, dat jij het waarnemerloze waarnemen bent. Jij bent geen ding, je bent geen waarnemer, je bent waarnemen puur!

Het doel van Zelfrealisatieoefening 2 is het ervaren van
het verschil tussen het waarnemen en mezelf.

Het waarnemen vindt plaats, er wordt waargenomen zonder waarnemer. De waarnemer is ontstaan door identificeren met de waarnemingen! Ons verstand kan dit niet vatten en als ons verstand denkt het te begrijpen dan is het niet wat het moet zijn! We kunnen het ook niet delen omdat, ook al is het hetzelfde, het toch voor iedereen anders is. Maaaarrrr, wij kunnen het wel ervaren omdat het is wat wij zijn! Ik ervaar mezelf, dat kan een ander nooit ervaren! Jij bent geen ding, je bent geen waarnemer, je bent waarnemen puur!

Het doel van Zelfrealisatieoefening 3 is het ervaren van
het tijdloze waarnemen, de tijdgebonden waarnemingen
en de identificatie met laatstgenoemden.

Waarnemen is altijd nu en in herinneringen zit geen nu! Ik herinner mezelf, dat kan een ander nooit ervaren! Jij bent geen ding, je bent geen waarnemer, je bent waarnemen puur! Ons verstand kan dit niet vatten en als ons verstand denkt het te begrijpen dan is het niet wat het moet zijn! We kunnen het ook niet delen omdat, ook al is het hetzelfde, het toch voor iedereen anders is. Laat goed tot je doordringen wat hier aan jou overgedragen wordt. Alles wat wij ons herinneren (downloaden) betreft dingen of ervaringen, maar ervaringen zijn, net als gedachten, ook aan verandering onderhevige dingen en wij zijn geen ding! Alles wat veranderen kan is voorwaardelijk en wij zijn onvoorwaardelijk en altijd nu! Jouw ware zelf is altijd NU! Jouw ware zelf is geen ding!