LICHAAM

Uw koninkrijk kome.

Het lichaam bestaat voor ruim 99% uit lege ruimte.
Het lichaam is het voertuig van geest en ziel.
Het lichaam is éénmalig en onschuldig.
Wij hebben een lichaam.

Lichaam is materie, is geprogrammeerde of geconditioneerde energie. Het lichaam is het gereedschap waarmee op aarde ervaren kan worden. Ons lichaam is ons voertuig en aangepast aan de levensomstandigheden op onze planeet aarde. Ons lichaam bestaat uit atomen en is derhalve voor ruim 99% leeg, niet geconditioneerd, geprogrammeerd of manifest en toch nemen we waar via zintuigen, hersenen gevoel en intuïtie. Ons lichaam registreert beelden, geluid, geur, smaak, temperatuur, sfeer, gedachten enz. enz. maar wat neemt dat alles waar, wat observeert de wereld om ons, wat ervaart de ervaring. Er is altijd sprake van een observeerder, de observering en het geobserveerde. Ons lichaam is bedoeld de observering mogelijk te maken en het is duidelijk dat wij nimmer het door ons zelf geobserveerde kunnen zijn.

Resteert slechts de observeerder, maar de observeerder is geen ding, de observeerder is bewustzijn en uiteindelijk bewustheid. Wij zijn die observeerder, gebruikmakend van de ons geboden lichamelijke mogelijkheden en fysieke omstandigheden. Zonder ons lichaam kunnen wij niet zondigen en zonder ons lichaam kunnen wij geen zonden ongedaan maken. Wij hebben ons lichaam nodig en dankzij de sterfelijkheid van dit lichaam krijgen wij steeds weer de kans om onze les te leren en onze zonden ongedaan te maken.

Gaat heen en zondigt niet! Identificatie met ons voertuig, ons lichaam en identificatie met de fysieke mogelijkheden van dat voertuig veroorzaakt zondige aantekeningen in de ziel. Deze zondige facetten binden onze ziel aan de materie en maken herhaald incarneren noodzakelijk om zodoende de gemaakte fouten te herstellen. Ons lichaam verschaft ons de mogelijkheid van gewaar worden in de illusie van de manifeste wereld, van Samsara. Ons lichaam verschaft ons de mogelijkheid van zondigen en alleen dankzij ons lichaam zijn wij ook weer in staat deze zonden ongedaan te maken. De geest incarneert dankzij de ziel in het lichaam en is gebonden aan reïncarnatie zolang de ziel nog zondige elementen bevat. Ons lichaam, met al z’n mogelijkheden, is niet wat wij zijn!

Het verhaal van Narcissus in de versie van Ovidius

Narcissus was een knappe jongeman die leefde voor de jacht. Velen werden verliefd op hem. Zijn moeder had van de ziener Tiresias de voorspelling gekregen dat hij zou blijven leven als hij zichzelf maar niet kende. Narcissus wilde echter niets van liefde weten en wees iedereen af. Enkel de jacht interesseerde hem. Op een dag zag de mooie nimf Echo Narcissus tijdens een jacht in de bergen. Ze werd meteen verliefd en volgde hem waar hij ook ging. Echo kon echter vanwege een eerdere straf niet meer zelf het woord nemen, maar alleen anderen napraten. Daarom wachtte ze tot Narcissus eerst zou spreken. Op een dag werd Narcissus gescheiden van zijn gezellen en hij hoorde iets in zijn buurt. Hij vroeg “Is daar iemand aanwezig?” en Echo antwoordde met “Aanwezig”. Narcissus keek in het rond maar zag niemand, waarop hij de stem vroeg om zich te vertonen. Echo antwoordde met dezelfde woorden, waarop hij vroeg waarom de stem hem negeerde. De nimf herhaalde zijn vraag, waarop de jongeman voorstelde: “Laten we samenkomen!”. Wederom herhaalde de nimf met heel haar hart hetzelfde, naar hem toe rennend. Op dat moment trok Narcissus zich echter terug, roepend dat ze van hem weg moest blijven.

Echo werd helemaal verscheurd door deze belediging. Narcissus verliet haar en de nimf trok zich in schaamte terug in de bossen. Vanaf die dag leefde ze in grotten. Geleidelijk aan vervaagde ze van verdriet tot haar fysieke vorm verdwenen was en enkel haar stem nog overbleef. Met haar stem is ze nog steeds klaar om op elk moment te antwoorden. Tijdens een wandeling in de bergen is Echo nooit veraf, altijd klaar om het laatste woord te hebben. Met Narcissus ging het niet veel beter. Dit was niet de eerste keer dat hij zo wreed een aanbidder wegjoeg.

Zo was er op een dag een maagd die hem tevergeefs probeerde te verleiden. In een gebed aan de goden vroeg ze om Narcissus ook eens te laten voelen hoe het was om iemand lief te hebben die je liefde niet beantwoordt. Volgens sommige bronnen was het een wraakgodin, volgens anderen was het Aphrodite zelf die haar gebed beantwoordde en haar wens in vervulling deed gaan. Zo kwam Narcissus op een dag aan bij een heilige vijver, waarvan het water kristalhelder was, waar de herders nooit langskwamen met hun kuddes, waar geen berggeit of ander dier zich vertoonde.

Zelfs bladeren en takken van de bomen durfden er niet in te vallen. Overal rondom groeide het gras mooier dan elders en de rotsen beschutten het tegen de zonnestralen. Moe van het jagen besloot Narcissus om daar even tot rust te komen en zijn dorst te lessen met het water. Toen hij zich voorover boog zag hij zijn weerspiegeling in het wateroppervlak, maar hij dacht dat het een mooie geest was die in de vijver leefde. Zo bleef hij daar zitten, in bewondering starend naar deze verschijning. Hij werd verliefd op zichzelf. Hij bracht zijn lippen naar het water in een poging om de verschijning te kussen, hij stak zijn armen uit om het beeld te omhelzen. Het beeld vluchtte weg maar kwam terug toen het water weer kalm was en trok opnieuw zijn aandacht.

Hij kon zichzelf er niet meer toe brengen om van het water weg te kijken, hij dacht niet meer aan eten en drinken, of aan rust. Hij probeerde ermee te spreken, maar kreeg geen antwoord. Hij begon te huilen maar zijn tranen verstoorden het beeld, waarop hij begon te schreeuwen en vroeg of de verschijning wilde stoppen met hem steeds te verlaten. Zo ging het een hele tijd verder, en Narcissus takelde af. Hij verloor zijn kleur, zijn levenskracht en zijn schoonheid. Echo bleef echter dicht bij hem en bleef zijn verdrietige kreten herhalen. Uiteindelijk kwijnde Narcissus helemaal weg en stierf.

De nimfen rouwden om hem, vooral de waternimfen, en bereidden zijn lijkverbranding voor, maar het lichaam was nergens te vinden. Het enige wat van hem overbleef was een bloem (volgens sommigen was dit door toedoen van Aphrodite, die hem uit medelijden toch nog liet voortleven, zij het als bloem), geel van binnen, en omringd met witte blaadjes, die nu nog steeds herinnert aan Narcissus. Narcissus zou zelfs, eenmaal aangekomen in de Onderwereld, in de rivier de Styx nog naar zijn spiegelbeeld hebben gekeken.

De ware betekenis van dit verhaal ontgaat de meeste mensen terwijl juist dit verhaal iets over ons zelf verklaart, over hoe wij ons eigen spiegelbeeld verafgoden en ondertussen ons ware zelf veronachtzamen en karma creëren door een image al onze aandacht te schenken. Onze vermeende persoonlijkheid, ons ego is een afspiegeling van ons ware zelf, belaadt onze ziel met zonden en dwingt onze geest tot reïncarneren teneinde wakker te worden uit deze waan van echo (lees ego).