ZONDE

Leid ons niet in verzoeking,

Zonde is niet het overtreden van verkeersregels of het spijbelen van school.

Zonde is het creëren en in stand houden van een waanbeeld.

Een waanbeeld dat het gevolg is van een wijd verbreid misverstand.
Wij zijn niet de doener en veronderstellen dat jij de doener bent creëert een bindend waanbeeld. Bindend aan de wereld van Samsara, de wereld van de illusie en dat is zonde. Het is nu natuurlijk niet de bedoeling dat we ons gaan uitleven omdat we niet verantwoordelijk zouden zijn voor onze daden als er geen doener is. Wij dragen wel degelijk de verantwoording voor onze daden totdat we inzien dat wij het waarnemen en niet de waarnemer zijn.

Zodra de mens ervaart dat hij of zij het waarnemen is en niet de waarnemer, vergaat het die mens om mede schepselen minder te achten dan zichzelf. Onvoorwaardelijke liefde is niet in staat om leed te veroorzaken en oordeelt nimmer. Lijden en oordelen berusten op het misverstand van de niet bestaande doener en het daaruit voortkomende ego. Zonde is het overschaduwen van jouw ware zelf met een zelfbeeld bestaande uit waanideeën en zelfingenomenheid. Al het voorwaardelijke is onderdeel van Samsara en alleen het onvoorwaardelijke leidt tot verlichting.

Hij die zonder zonde is werpe de eerste steen! Allen zondigen of hebben gezondigd, er is geen uitzondering en degene die, zich hun eigen zonden bewust zijnd, inmiddels wakker geworden, zich gerealiseerd hebben wie ze werkelijk zijn, hebben begrip voor de hen omringende zondaars. Het is niet de vraag of een ander gezondigd heeft, het is de zekerheid dat jij voortdurend zondigt zolang jij gelooft dat jij jouw lichaam bent. Neem de ander niet kwalijk dat hij of zij dezelfde zonden begaat als jij en zelfs als jij je realiseert wie jij werkelijk bent en er voor jou misschien een einde komt aan het rad van geboorte en dood, aan karma, betekent dat nog niet dat jij verheven bent boven een ander.

Wij zijn allen gelijk, zitten in hetzelfde overtuigde scheepje en varen over dezelfde oceaan. We ondergaan dezelfde stormen en tegenslagen en pas als we ons niet meer identificeren met de wijze van vervoer en anderen een beschutte plaats bieden kunnen we hopen op gratie en terugkeer naar onze bron.