Negenheden – Enneagram

Sterrenbeeld Steenbok, element Aarde

Het enneagram wordt ten onrechte in verband gebracht met een populair 3×3 of negenvoudig (enneagon) psychologisch systeem, vergelijkbaar met een twaalfvoudige astrologische typering. Het enneagram symbool heeft een geheel ander betekenis en achtergrond en verwijst direct naar de Merkabah. P. D. Ouspensky 1878-1947 bespreekt in zijn boek “Op zoek naar het wonderbaarlijke” de ontmoetingen met en ideeën van George Ivanovich Gurdjieff 1866-1949. In dit boek wordt het enneagram uitvoerig belicht, evenwel zonder compleet te zijn. Het enneagram is een kosmische handtekening die alleen driedimensionaal begrepen kan worden.
Alleen dan wordt de relatie enneagram en octaven helder.

“Het Enneagram”, George Ivanovich Gurdjieff 1877-1949

Het enneagram is een kosmische handtekening en een integraal onderdeel van de “Vierde Weg”, een esoterisch systeem door Gurdjieff geïntroduceerd bij zijn studiegroepen in Sint Petersburg en Moskou in 1916. Het enneagram is gepubliceerd in 1949 in “Op zoek naar het wonderbaarlijke” van P.D. Ouspensky. Ouspensky citeert Gurdjieff als hij zegt: “De kennis van het enneagram is gedurende zeer lange tijd in het geheim bewaard gebleven en zoals het nu, om zo te zeggen, voor iedereen beschikbaar wordt gesteld, is het alleen in een onvolledige en theoretische vorm zonder instructie van een man die het weet”.

Gurdjieff merkte ook op: “Om het enneagram te begrijpen moet men het zien als in beweging, als bewegend. Een bewegingsloos enneagram is een dood symbool, het levende symbool is in beweging”. Er wordt omtrent het enneagram veel gespeculeerd en Idries Shah, een popularisator van het soefisme, heeft beweerd dat het enneagram een soefi afkomst heeft en dat het ook reeds lang bekend is in gecodeerde vorm vermomd als een octagram. Een andere aanspraak op een Soefi herkomst wordt geboden door de website Sufi Enneagram. De archieven van de Naqshbandi Soefi-orde van Daghestan zouden een verslag bevatten van een ontmoeting tussen Gurdjieff en Shaykh Sharafuddin Daghestani waarin het geheim van de negen punten aan Gurdjieff werd doorgegeven.

Het enneagram volgens Gurdjieff toont de “Wet van Zeven” en de “Wet van Drie” verenigd en dus is enige uitleg van deze wetten hier noodzakelijk. De Wet van Zeven of de wet van octaven, volgens welke verschijnselen zich in zeven stappen ontwikkelen; en de Wet van Drie, volgens welke verschijnselen door drie krachten worden voortgebracht, worden door Gurdjieff voorgesteld als globale wetten die op alle schalen voorkomen en essentieel zijn voor zijn kosmologie. Deze kosmologie biedt een visie op de werking van de wereld die naar verluidt voortkomt uit de alchemie en meer oude bronnen, en die de moderne experimentele wetenschap aanvult of completeert in plaats van haar tegen te spreken. Volgens deze kosmologie is alles materieel, ook bewustzijn en geest, en kan aan alle materie een “dichtheid” worden toegekend; bewustzijn en geest hebben bijvoorbeeld een lagere “dichtheid” (en dus een hogere “trilling”) dan bijvoorbeeld water, terwijl bijvoorbeeld steen een hogere “dichtheid” en een lagere “trilling” heeft dan water, enzovoort.

Van de diatonische toonladder in de muziek wordt gezegd dat het een oude toepassing is van de Wet van Zeven en een handige manier om die te bestuderen. De majeur toonladder wordt gebruikt met korte intervallen bij mi-fa en ti-do. Met andere woorden, als men denkt aan een standaard muziekklavier en bijvoorbeeld midden C als Do neemt, dan zullen de volgende zes witte toetsen, DEFGAB de rest van het octaaf voorstellen, en de volgende witte toets zal de hogere C zijn. Er zullen zwarte toetsen zijn tussen elk van de witte toetsen, behalve tussen E en F (het mi-fa interval) en tussen B en de hogere C (het si-do interval)

In elk proces dat wordt beschreven in termen van de Wet van Zeven, worden het Mi-Fa interval en het Ti-Do interval genoemd als schokpunten waar hulp van buitenaf nodig is, wil het octaaf zich blijven ontwikkelen zoals bedoeld. Het niet onderkennen hiervan in termen van menselijke projecten zou een belangrijke reden zijn waarom dingen in het algemeen fout gaan. Het octaaf van elektromagnetische straling dat verschijnt als zichtbaar licht, en het periodiek systeem zouden voorbeelden zijn van fysische fenomenen waar de onderliggende Wet van Zeven kan worden waargenomen. De muzikale toonladder die Gurdjieff zou gebruiken is niet de moderne standaard toonladder, maar de intense diatonische toonladder van Ptolemaeus, een toonladder voor de juiste intonatie die in verband wordt gebracht met de Renaissance componist en muziektheoreticus Gioseffo Zarlino.

De Wet van Drie stelt dat op elke gebeurtenis drie krachten inwerken, die men Actieve, Passieve en Neutraliserende krachten kan noemen, of eenvoudigweg respectievelijk Eerste, Tweede en Derde krachten. Deze drie krachten kunnen in elke volgorde voorkomen, bijvoorbeeld 123 of 312, wat 6 mogelijke “triades” van krachten oplevert die 6 zeer brede soorten gebeurtenissen beschrijven. Van de mensheid wordt gezegd dat zij “derde kracht blind” is, dat zij moeite heeft de derde kracht te herkennen, die aan ons kan verschijnen in de gedaante van een resultaat of van een achtergrondomgeving. “Mensen kunnen de derde kracht niet rechtstreeks waarnemen, net zo min als zij ruimtelijk de ‘vierde dimensie’ kunnen waarnemen”, zo wordt Gurdjieff geciteerd. In termen van de Wet van Zeven verschijnt één van de drie krachten als de “do” van de octaaf en verschijnen de andere twee als de “schokken” (die ook functioneren als de do van nieuwe octaven) De uitleg van deze wetten in In Search of the Miraculous is grotendeels in abstracte termen, met enig detail gegeven voor het zogenaamde “voedingsdiagram”

Het meest gedetailleerde voorbeeld van hoe dit zou werken, gegeven in In Search of the Miraculous, is een uitleg van hoe Gurdjieff geloofde dat inputs in het menselijk lichaam (“voedsel”, “lucht” en “indrukken”, tezamen beschouwd als soorten voedsel) worden verwerkt tot de zogenaamde “hogere substanties” die nodig zijn voor het functioneren van het hoger bewustzijn. In de visie van Gurdjieff “is alles materieel”; bewustzijn en geest moeten worden beschouwd als aspecten van materie, hoewel verfijnder of van een “hogere vibratie” dan waarneembare aspecten. Deze stelling is een essentiële basis voor Gurdjieff’s visie op de evolutie van voedsel tot de “hogere substanties” die nodig zijn voor een hoger bewustzijn; hieronder kort samengevat uit het verslag in In Search of the Miraculous. De Vierde Weg, een latere verzameling van Ouspensky’s gesprekken, is een aanvullende bron voor hetzelfde materiaal.

Op punt 9 wordt gewoon voedsel (beginnend als Do) gegeten en komt het lichaam binnen en begint de spijsvertering. Aan de “dichtheid” van menselijk voedsel wordt een getal toegekend, 768.
Op punt 1 wordt gezegd dat het in de darm wordt verwerkt als Re en wordt verfijnd tot een “dichtheid” van 384 dezelfde “dichtheid” als water.
Op punt 2 wordt het voedsel verder verfijnd tot Mi en krijgt het een dichtheid van 192, dezelfde dichtheid als lucht. Het is in de bloedstroom terechtgekomen.
Op punt 3, Mi-Fa, treedt een “schok” op. Lucht kan deze schok geven omdat het ook een dichtheid van 192 heeft, en bovendien komt deze lucht binnen als een nieuwe Do
Op punt 4 is het oorspronkelijke voedsel octaaf op “Fa” maar het nieuwe lucht octaaf op Re. Zij bevinden zich beide in de bloedbaan bij “dichtheid” 96, de “dichtheid” van hormonen en vitaminen en ijle gassen en dierlijk magnetisme “enzovoort”. Op dit punt bereiken we het einde van “wat door onze natuur- en scheikunde als materie wordt beschouwd”. Men moet niet vergeten dat Gurdjieff hier spreekt in 1916.
Op punt 5 krijgen de substanties of energieën een “dichtheid” van 48 en worden gebruikt in het denken. Dit zijn het So of “Sol” deel van het oorspronkelijke voedsel octaaf en het Mi deel van het lucht octaaf.
Op punt 6 komen “indrukken”, beschouwd als een soort voedsel, het lichaam binnen. Van “indrukken” wordt gezegd dat ze ook een “dichtheid” van 48 hebben, en ze kunnen dienen als een schok als ze geïntensiveerd worden op een of andere manier, zoals de oefening van “zelfherinnering” onderwezen door Gurdjieff, waardoor de lucht- en indrukken octaven verder kunnen gaan.
Op punt 7 vertegenwoordigen emotionele en andere energieën, met een “dichtheid” van 24. Als “zelfherinnering” optreedt zal dit het Fa punt zijn voor de lucht octaaf en het Re punt voor de indrukken octaaf. Anders zal het gewoon het La punt zijn voor de oorspronkelijke voedsel octaaf.
Op punt 8 vertegenwoordigt de “Si” of Ti het eind van de eerste “gewoon voedsel” octaaf de seksuele energieën, van “dichtheid” 12; die de “hoogste substantie” zijn volgens Gurdjieff die het lichaam van nature produceert zonder bewuste tussenkomst. Een verlangen om deze “hogere substanties” te bewaren voor esoterisch gebruik zou de oorspronkelijke reden zijn voor het religieus celibaat. Met de bewuste tussenkomst op punt 6 van “zelfherinnering” worden verdere en meer bruikbare “hogere substanties” gecreëerd, vertegenwoordigd door het lucht octaaf So of “Sol” op punt 8 en de indruk octaaf Mi op punt 8. Deze Mi van “dichtheid” 12 is de “hogere substantie” die in de eerste plaats nodig is voor Gurdjieff’s esoterische methode.
Op punt 9 zou een verdere bewuste schok, die “een speciaal soort controle over de emoties” vereist, zijn om een nieuw “hoger” of spiritueel lichaam in staat stellen te beginnen te groeien, dit wordt door Gurdjieff voorgesteld als het doel van zijn en andere esoterische tradities.

Aangezien de enneagramfiguur een symbool is waarvan wordt gezegd dat het de “wet van zeven” en de “wet van drie” in eenheid vertegenwoordigt, kan de figuur volgens deze zienswijze dus worden gebruikt om elk natuurlijk geheel van verschijnselen, kosmos, levensprocessen of welk ander stuk kennis dan ook te beschrijven. De figuur is het centrale organiserende glyph van de Vierde Weg’s kijk op de materiële wereld, die Gurdjieff door Ouspensky wordt geciteerd als betrekking hebbend op de alchemie.

Het enneagram is een negenpuntige figuur meestal ingeschreven in een cirkel. Binnen de cirkel is een driehoek die de punten 9, 3 en 6 verbindt. De ingeschreven figuur die op een web lijkt, verbindt de andere zes punten in een cyclisch getal 1-4-2-8-5-7. Dit getal is afgeleid van of komt overeen met het terugkerende decimaal .142857 = 1/7. Van deze zes punten en het punt met nummer 9 wordt gezegd dat zij de belangrijkste stadia van een compleet proces voorstellen, en dat zij in verband kunnen worden gebracht met de noten van een muzikaal octaaf, waarbij 9 overeenkomt met “Do” en 1 met “Re” enz. Van de punten 3 en 6 wordt gezegd dat zij “schokpunten” zijn die van invloed zijn op de manier waarop een proces zich ontwikkelt. De interne lijnen tussen de punten, d.w.z. de driepunts- en de zespuntsfiguur, zouden bepaalde niet voor de hand liggende verbanden laten zien, hoewel hier zeer weinig toelichting wordt gegeven.

De Vedische negenvoudige eigenschappen van éénheid!

De Soetra’s noemen negen van deze obstakels voor vereniging met het Goddelijke:
1. Vyadhi ziekte of fysieke aandoeningen
2. Styana fixatie of gebrek aan discipline
3. Samsaya twijfel of achterdocht
4. Pramada impulsiviteit en onvoorzichtigheid
5. Alasya lethargie, apathie of luiheid
6. Avirati onmatigheid, vasthoudendheid of gebrek aan zelfbeheersing
7. Bhrantidarsana waan of vervormd gevoel van eigenwaarde, zowel positief als negatief kan zijn
8. Alabdha-bhumikatva onvermogen om een bepaald stadium op het pad naar verlichting te bereiken
9. Anavasthitatvani het niet in stand houden van een yogische staat wanneer die eenmaal bereikt is
De vier symptomen van de obstakels die het pad naar verlichting blokkeren:
1. Shvasa Prashvasa (ongelijkmatige ademhaling of onvastheid)
2. Duhkha (droefheid/pijn)
3. Daurmanasya (depressie)
4. Angamedzhavatva (fysieke zwakte/tremor)

“Bhakti”
1. Ragatmika Bhakti – toewijding aan God die niet beperkt wordt door gewoonten, conventies of regels.
2. Apara bhakti – ook wel lagere bhakti genoemd, deze is geworteld in begeerte en ego
3. Para bhakti – bekend als hogere bhakti, het is allesomvattende, universele liefde
4. Sakaam bhakti – verering met het verlangen naar emotioneel of materieel gewin
5. Nishkaam bhakti – het tegenovergestelde van sakaam, deze toewijding heeft geen zelfzuchtige motivatie
6. Vyabhicharini bhakti – liefde voor materiële objecten en familie in aanvulling op God
7. Avyabhicharini bhakti – toewijding aan God alleen
8. Mukhya bhakti – God is het primaire aspect van devotie
9. Guana bhakti – toewijding aan God is een secundair aspect

“Bhakti” de devotie van een gelovige (Bhakta) voor de schepper.
1. Dasya bhakti is één of andere taak uitvoeren als Gods dienaar en slaaf.
2. Sravana (luisteren naar de geschriften)
3. Kirtana (zingen of chanten)
4. Smarana (God op de eerste plaats in je bewustzijn houden)
5. Padasevana (liefde voor God tonen door anderen te dienen)
6. Archana (verering door uiterlijke beelden of innerlijke visualisaties)
7. Vandana (gebed en prostratie)
8. Sakhya-bhava (vriendschapstype van liefde voor God op het niveau van kameraadschap of een familielid)
9. Atma-nivedana (volledige zelf-overgave aan God)

“Dashavatara” Avatars of incarnaties van Vishnu
1. Matsya – de vis
2. Koorma – de schildpad
3. Varaaha – het zwijn
4. Narasimha – de man-leeuw
5. Vamana – de dwerg
6. Parashurama – de boze man
7. Rama – de volmaakte man
8. Balarama – de oudere broer van Krishna
9. Krishna – de goddelijke diplomaat en staatsman
10. Kalki – de machtige krijger (die nog niet verschenen is)

“Dravya” is een Sanskriet woord dat “substanties” of “entiteiten” betekent.
Volgens Vaisheshika verwijst dravya naar negen substanties.
1. Prthivi (aarde)
2. Ap (water)
3. Tejas (vuur)
4. Vayu (lucht)
5. Akasha (ether)
6. Kala (tijd)
7. Dik (ruimte)
8. Atman (ziel of universeel Zelf)
9. Manas (geest of intern orgaan).

“Drishti” is de yoga beoefening van de gefocuste blik, gebruikt als middel om concentratie te ontwikkelen.
Binnen de asana beoefening zijn er negen verschillende categorisaties van drishti:
1. Nasagrai drishti: de punt van de neus (staande voorwaartse plooi)
2. Bhrumadhye drishti: de ajna chakra, of tussen de wenkbrauwen (vis houding)
3. Nabi chakra drishti: de navel (neerwaartse hond houding)
4. Angusthamadhye: de duim (opwaartse groet houding)
5. Hastagrai drishti: de handen (driehoekshouding)
6. Parsva drishti: de rechterzijde (Bharadvaja’s twist pose)
7. Parsva drishti: de linkerkant (Alle twist houdingen)
8. Padayoragrai drishti: de tenen (zittende vooroverbuiging)
9. Urdhva drishti: naar boven (strijder één houding)

“Loka” is een Sanskriet woord dat “wereld” betekent. In het Hindoeïsme is het universum verdeeld in drie grote loka’s: de hemel, de wereld en de onderwereld. Maar elk van deze loka’s is weer onderverdeeld in meer loka’s.
1. Brahma of Agni loka
2. Vishnu of Indra loka
3. Shiva of Surya loka
4. Pitra loka
5. Soma loka
6. Gandharra loka
7. Rakshasa loka
8. Yaksha loka
9. Pishacha loka

“Navavidha Bhakti” omvat de negen manieren om devotie te uiten of devotie te ontwikkelen voor God of het hogere Zelf. Het devotionele pad van bhakti is verdeeld in negen types, of navavidha bhakti.
1. Shravanam – Luisteren naar de namen van en verhalen over God
2. Keertanam – Zingen of zingen over God
3. Smaranam – God gedenken gedurende de dag
4. Paada sevanam – God gewillig dienen
5. Archanam – God aanbidden
6. Vandanam – God onbaatzuchtig en met volledige onderwerping prijzen
7. Daasyam – God dienen
8. Sakhyam – Het ontwikkelen van een vriendschap met God
9. Aatma Nivedanam – Zichzelf overgeven aan God; Zelfrealisatie of samadhi

“Niyama’s” of morele voorschriften, die het tweede lid vormen van het achtledige pad van yoga.
1. Santosa (tevredenheid/aanvaarding van omstandigheden)
2. Svadhyaya (zelfstudie)
3. Mati (intelligentie, begrip, opmerkzaam, intuïtie en perceptie)
4. Tapa (boetedoening, volharding of verzaking)
5. Astikya (geloof in het hogere Zelf, of God)
6. Dana (vrijgevigheid of liefdadigheid)
7. Isvarap pujana (aanbidding van het Opperwezen)
8. Siddantasravana (luisteren naar de geschriften/doctrines)
9. Japa (incantatie of reciteren van mantra’s)
10. Hri (schaamte, berouw, bescheidenheid of nederigheid)

“Siddhi’s” is een Sanskriet woord dat “suprematie” en “superioriteit” betekent.
1. Anima – het vermogen om zichzelf te verkleinen tot de grootte van een atoom
2. Laghima – het vermogen om zichzelf gewichtloos te maken
3. Mahima – het vermogen om de omvang van iemands lichaam te vergroten
4. Garima – het vermogen om zichzelf lichamelijk zwaar te maken
5. Prapti – het vermogen om overal heen te reizen
6. Prakamya – alles bereiken wat men wenst
7. Vashitva – het vermogen om de geest van anderen te beheersen, evenals organische en anorganische objecten
8. Istiva – suprematie over de schepping en het vermogen om naar believen te vernietigen.
9. Kama-avasayitva (volledige tevredenheid)

“Vaidhi Bhakti” Devotie gebaseerd op rituelen en gebruiken. De belangrijkste zijn de nava-vaidhi bhakti:
1. Het horen (sravana) van de naam van de Heer voor de zuivering van het hart.
2. Zingen (kirtana) om de naam van de Heer te verheerlijken.
3. Het herinneren (smarana) van de Heer te allen tijde.
4. Het dienen (sevana) door middel van dagelijkse plichten en devotionele praktijken zoals het reizen naar heilige plaatsen.
5. Aanbidden (arcana) door middel van gebeden, offerandes, het zingen van hymnen, het reciteren van mantra’s en mediteren.
6. Lofprijzen (vandana) als een vorm van aanbidding.
7. Dienstbaarheid (dasya) betekent leven als een dienaar van de Heer.
8. Vriendschap (sakhya) is het bijstaan van de godheid zoals men een vriend zou bijstaan.
9. Overgave (nivedana/samarpana) is jezelf aanbieden aan de godheid door persoonlijke verlangens en zorgen op te geven.