Waarneming

Je kunt jezelf niet herinneren!

Waarnemen, waarnemer, waarneming,

Om een waarneming te kunnen doen heb je naast het waarnemen zelf nog gereedschap (waarnemingsapparatuur), dingen (objecten) en aandacht nodig. In het Duits is het zo éénvoudig en helder als je zegt: “Nur Dinge sind bedingt!” en “Nur das Unbedingte kann das Bedingte wahrnehmen!” De waarneming is een handeling waarbij aandacht het bewustzijn op iets, een ding of dingen richt. Binnen de schepping is het waarnemen tijdelijk gebonden aan geïndividualiseerde waarnemingsapparatuur. Wij spreken dan over ons bewustzijn dat waarnemingen verricht. Maar de waarneming zelf wordt waargenomen evenals de waarnemingsapparatuur en het ding waarop onze aandacht is gericht. Gedachten en gevoelens zijn, net als alle zintuiglijk waargenomen objecten, waarneembare dingen. De waarneming is als handeling vergelijkbaar met fietsen of auto rijden. Het is een aangeleerde vaardigheid die ons in staat stelt om orde te ervaren in de wereld van veranderlijke verschijnselen. Door de waarneming ontstaat bij ons het gevoel van zekerheid omdat wij de waarneming vergelijken met bestaande kennis over vergelijkbare waarnemingen. Wat de boer niet kent, is niet denigrerend voor onze agrarische medemens maar kenmerkend voor onze behoefte om zich te herkennen en mogelijk bewust te ervaren in een ogenschijnlijk onbekende omgeving. De waarneming stelt ons in staat om ons te oriënteren en de interpretatie, op basis van herkenning van het waargenomene, maakt dat wij willen vluchten of ons op ons gemak voelen en gezellig nog een uurtje blijven plakken. Zonder waarneming zijn we nergens en zonder waarneming kan niets bestaan. Je kunt niet doen alsof je jezelf niet waarneemt, je kunt wel de andere kant uit kijken maar om jezelf kan je niet heen.

waarnemingsapparatuur, waargenomene.

Je kunt jezelf niet negeren door geen aandacht aan jezelf te geven, door geen waarneming met betrekking tot jezelf te doen. Dat gaat zelfs niet in diepslaap al ben jij je dan niet bewust van deze waarneming. Zonder de waarneming zou je namelijk in diepslaap gewoonweg niet bestaan en dat lijkt me toch wel een heel eigenaardige benadering van onze toch al complexe werkelijkheid. Je kunt natuurlijk volhouden dat onze wereld, Samsara een illusie is maar de waarneming van die illusie geeft toch een behoorlijk tastbaar beeld. Filosoferen over de onechtheid van het bestaan neemt niet weg dat je in je broek plast als je weigert te geloven dat de aandrang echt is. Het lost zelfs in je dromen niks op wanneer jij je beseft dat jouw aandrang tracht te voorkomen dat jouw bed verschoont moet worden en jij het signaal negeert omdat het illusoir zou zijn. Jouw natte bed is na afloop het overtuigende bewijs van de echtheid van jouw waarneming. Er is evenwel iets veel fundamenteler onwaar, veel echter illusoir, namelijk de waarnemer die veronderstelt de waarneming te doen. Wanneer het juist is dat niets kan bestaan wanneer het niet wordt waargenomen dan bestaat de waarnemer dus bij gratie van de waarneming en niet door eigen toedoen. De waarneming van de waarnemer impliceert dat de waarnemer door iets groters dan hij zelf wordt waargenomen. Ben jij het waarnemen of de waarneming van de waarnemer of ben jij van iets buiten jou afhankelijk om te mogen bestaan?

De boom van kennis van goed en kwaad.

Wat betekend het eten van de vruchten van de boom van kennis van goed en kwaad? Waarom laat God fruitbomen groeien waarvan niet gegeten mag worden en waarom worden Adam en Eva uit het paradijs verbannen als ze dan toch uit nieuwsgierigheid een hapje genomen hebben? De boeddhistische leer geeft inzicht in het menselijk lijden, en de weg om dit lijden op te heffen. Het hindoeïsme kent de vier purushartha’s of vier doelen in het leven: dharma (gerechtigheid), artha (welstand), kama (plezier) en moksa (bevrijding). In Satsang wordt men, om het ware zelf te mogen ervaren, geacht tenslotte alles los te laten. ‘Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust’ sprak Faust. Advaita Vedānta of non-dualisme geeft aan dat er in werkelijkheid geen twee bestaan. Bij Rozenkruisers dient het ik onder te gaan en elders wordt het ego geacht te vertrekken. Het christendom leert dat God zijn eniggeboren zoon Jezus naar de wereld zond om de schuld van de mensheid aan God, door de zondeval, te verzoenen en de mensen te bevrijden van de zonde. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf.

De gerechtigheid van de rechtvaardige.

Het annihilationisme is een christelijke leer of dogma dat stelt dat zondaren na hun dood vernietigd worden, en niet eeuwig zullen lijden in de hel of poel van vuur. Gaat heen en zondigt niet meer. In de Alchemie wordt middels een langdurig en ingewikkeld proces het lood tot goud veredeld. Overal blijkt een “lijden” veroorzakend “zondig” iets te bestaan dat iets “essentieels” in de weg zit. Anders gezegd: “Iets deugd niet, is kennelijk zondig en moet op de een of andere manier sterven, onder gaan, bevrijd, verlicht of anderszins gerepareerd of opgeheven worden”. Nergens wordt verteld hoe deze zonde ontstaat en waarom of wanneer iets werkelijk zondig is. Vrijwel ieder mens weet de geboortedatum van zijn of haar lichaam, maar vrijwel niemand weet de dag waarop hij of zij geïncarneerd is. Ook heeft vrijwel niemand herinneringen aan zijn of haar eerste drie levensjaren. Maar, wie beseft zich al, dat dit komt omdat hij of zij toen gewoon nog niet bestond. Het monotheïsme heeft God geprivatiseerd en het privatiseren van God is, evenals het privatiseren van het Goddelijke in de mens, zondig. Het monotheïsme heeft bovendien God gepolariseerd in mannelijk positief en vrouwelijk negatief en daarmee een nog steeds bestaande ongelijkheid geschapen. Door het eten van de verboden vruchten privatiseerden Adam en Eva hun ware Goddelijke kern.

Identificatie met fysieke ervaringen.

Door identificatie met fysieke ervaringen gaan kinderen, zo’n drie jaar na de geboorte van het lichaam, hun ware zelf privatiseren en zichzelf ‘ik’ noemen. Zo ontstaat, zo’n drie jaar na de geboorte, een plaatsvervanger van de geïncarneerde ware kern die we ik, personae, masker, image of ego noemen. Deze waarnemer is een gedachtebeeld en waarnemend in een dubbele betekenis. De waarnemer is plaatsvervanger voor ons ware zelf en suggereert plaatsvervangend waarnemen! In werkelijkheid is het een zelfgeschapen gedachtebeeld dat alleen bestaat omdat we erin geloven. Ons geloof kan bergen verzetten en in dit geval geloven we twijfelloos dat wij als ‘ik’ bestaan. God is onvoorwaardelijk bewustzijn, met nadruk op onvoorwaardelijk. Onze kern, onze essentie, ons ware zelf is een fractal God, een fractal onvoorwaardelijk bewustzijn. Het privatiseren van ons ware zelf is ‘zondig’ en ons enige probleem. Het doel van religie is het leren inzien van dit misverstand en het bevorderen van herstel ervan. De werkelijkheid is helaas omgekeerd! Nogmaals, nergens wordt verteld hoe ‘zonde’ ontstaat of wanneer iets ‘zondig’ is. Stel je voor wat het betekend wanneer de mensheid begrijpen gaat hoe ieder voor zich verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen problematiek en vervolgens dit probleem oplost door inzicht, wakker worden of bewustwording. Daarover gaat deze website.